Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Gynaecologische Oncologie


Wertheim-operatie

Wertheim-operatie


Binnenkort ondergaat u een zogenaamde Wertheim-operatie, een operatie wegens baarmoederhalskanker. Onderstaand leest u meer hierover. Houdt u er rekening mee dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Wat is een Wertheim operatie


De Wertheim operatie is een standaard operatie bij baarmoederhalskanker. Bij deze operatie wordt de baarmoeder inclusief de baarmoedermond, steunweefsel en bovenste deel van de vagina verwijderd. Ook worden de regionale lymfklieren in het bekken verwijderd. De operatie kan zowel via een buiksnede alsook met een (robot geassisteerde) kijkoperatie worden uitgevoerd.

Bij vrouwen ouder dan 50 jaar worden ook de eierstokken weggenomen. Dit gebeurt altijd in overleg met u.

Voorbereiding


Pre-operatieve screening en anesthesie
Omdat u wordt geopereerd bent u verwezen naar de polikliniek Pre-Operatieve Screening (de POS). Hier wordt bepaald hoe uw gezondheidstoestand is, welke operatierisico's op u van toepassing zijn en welke verdoving het meest geschikt is. Meer informatie hierover leest u in Op de preoperatieve polikliniek.

Gesprek oncologieverpleegkundige
Op de polikliniek heeft u een gesprek met de oncologieverpleegkundige. Zij stelt u vragen en verzamelt gegevens die voor uw opname van belang zijn. Uw gevoelens en emoties die met uw ziekte te maken hebben kunt u ook met haar bespreken. Heeft u nog vragen, stelt u deze dan gerust. De oncologieverpleegkundige is uw aanspreekpunt rondom de operatie en de periode daarna.

Niet scheren
Om infecties van de operatiewond te voorkomen is het belangrijk dat u het operatiegebied niet scheert. Scheren kan kleine wondjes veroorzaken die soms met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Deze wondjes verhogen de kans op het ontstaan van infecties van de operatiewond. Dit kan een reden zijn om uw operatie uit te stellen. Als uw arts het nodig vindt om lichaamshaar te verwijderen, dan gebeurt dit op de operatiekamer.

De dag voor opname


U wordt de dag vóór de operatie opgenomen. In het opnamegesprek met een verpleegkundige van de kliniek hoort u wat er die dag en de volgende dagen gaat gebeuren.

Nuchter zijn
De dag van operatie moet u vanaf middernacht (00.00 uur) nuchter blijven, dat wil zeggen dat u niets meer mag eten en drinken.
Als u met de anesthesie heeft afgesproken dat u bepaalde medicatie wel mag innemen op de ochtend voor de operatie dan mag u dit doen met een klein beetje water.

Klysma
Voor de operatie moet het laatste stuk van de darm leeg zijn, daarom krijgt u een avond voor de operatie een klysma.

De operatie


De operatie kan op twee manieren worden uitgevoerd: via een snede in de buik of via een robot geassisteerde operatie (kijkoperatie). De behandelend gynaecoloog bepaalt samen met u welke methode er bij u wordt gebruikt. De gespecialiseerde gynaecoloog-oncologen voeren de operatie uit. De operatie gebeurt onder narcose (algehele verdoving).

Operatie via een snede in de buik
Er wordt een snede gemaakt van het schaambeen tot de navel, zodat het operatiegebied zichtbaar is.
Tijdens de operatie wordt via de buikwand een blaaskatheter (suprapubische katheter), een dun slangetje in de blaas, ingebracht voor het afvoeren van urine.

Robot geassisteerde operatie (kijkoperatie)
Bij een kijkoperatie blijft de buikholte afgesloten en worden er in de buik meerdere kleine sneetjes gemaakt. In vergelijking met een 'open' operatie treedt minder prikkeling van het buikvlies op en functioneren de darmen na afloop sneller. De kleinere sneetjes veroorzaken minder wondpijn. Hierdoor is ook het verblijf in het ziekenhuis korter, en gaat het herstel thuis doorgaans sneller. Wel duurt de operatie langer dan bij een operatie via een snede in de buik, zodat u langer onder narcose bent.
Tijdens de operatie wordt er een blaaskatheter geplaatst, een dun slangetje in de blaas, voor het afvoeren van urine.

Na de operatie


De anesthesist brengt u direct na de operatie naar de uitslaapkamer (verkoever) waar u blijft tot u goed wakker bent. Daarna gaat u terug naar de kliniek. Op advies van de anesthesie kan het zijn dat u naar de PACU (Post Anesthesie Care Unit) gaat. Op de PACU kunnen artsen en verpleegkundigen u met bewakingsapparatuur extra in de gaten houden. De opname op de PACU duurt meestal 1 dag.

Pijnbestrijding
Soms is door de anesthesist voorafgaand aan de operatie een dun slangetje in de rug gebracht waardoor een verdovingsmiddel wordt gegeven (epidurale verdoving). Het kan zijn dat de pijnbestrijding na de operatie via dit slangetje wordt voortgezet.
Een andere vorm van pijnbestrijding is via het infuus met een PCA- pomp. Met deze pomp kunt u zelf de pijnbestrijding doseren, omdat deze is aangesloten op het naaldje waardoor u vocht toegediend krijgt.

Na de operatie is pijnbestrijding nodig om ervoor te zorgen dat u goed kunt bewegen, hoesten en goed kunt doorademen. Dit is belangrijk om eventuele complicaties zoals longproblemen en trombose te voorkomen. Een kussentje ter ondersteuning van uw buik verzacht de pijn, vooral bij het hoesten. Bovendien kost pijn energie. Deze energie heeft u hard nodig voor uw herstel. Waarschuw de verpleegkundige tijdig als u pijn heeft en wacht niet tot deze onhoudbaar is. De verpleegkundige vraagt meerdere keren per dag aan u hoe het gaat met de pijn.

Mobiliseren
Na de operatie heeft u de eerste dagen hulp nodig van de verpleegkundigen. Na een aantal dagen kunt u een aantal dingen weer zelf doen, zoals de verzorging. De dag na de operatie helpt de verpleegkundige u op een stoel. U zult merken dat u daarna elke dag wat langer op de stoel kunt zitten en na een aantal dagen kunt u een kleine wandeling op de gang maken.

Ter voorkoming van trombose is het belangrijk dat u regelmatig benen en armen goed beweegt. Trek ook regelmatig uw benen op in bed.
U krijgt na de operatie dagelijks een injectie in het bovenbeen ter voorkoming van trombose. Deze injectie krijgt u gedurende uw opname dagelijks toegediend. Tot vier weken na de operatie is het noodzakelijk dat u injecties tegen trombose blijft toedienen. Op de kliniek leert u hoe dit moet.

Infuus
U heeft een infuus totdat u goed eet en drinkt en geen medicijnen meer via het infuus krijgt.

Blaaskatheter
Het functioneren van de blaas veranderd altijd na de operatie. Het aandrang gevoel zal anders zijn en het komt vaak voor dat het niet meteen lukt om te plassen of dat het niet lukt om goed uit te plassen. Daarom krijgt u na de operatie altijd een katheter om de blaas eerst te laten herstellen.

Operatie via een snede in de buik
Tijdens de operatie is een blaaskatheter (suprapubische katheter) ingebracht. De vierde dag na de operatie wordt begonnen met het trainen van de blaas. Dit wordt gedaan door een dopje op de katheter te zetten waarna u via de normale weg plast. Na het plassen wordt er gecontroleerd of u goed heeft uitgeplast door het dopje van de katheter te halen en te kijken of er nog urine uit de blaas komt. Als blijkt dat het plassen niet goed op gang komt, gaat u naar huis met deze suprapubische katheter. Thuis blijft u het plassen oefenen, langs de normale weg. De katheter blijft zitten, totdat u weer goed kunt uitplassen.

Robot geassisteerde operatie
Tijdens de operatie is er een blaaskatheter geplaatst. Deze zorgt voor een constante afvoer van urine naar de opvangzak naast uw bed. Meestal gaat u met blaaskatheter naar huis en krijgt u na 10 dagen een afspraak om deze te verwijderen en wordt er gecontroleerd of u goed kunt uitplassen. Als het niet meteen lukt om goed uit te plassen, wordt u aangeleerd om zelf de blaas leeg te maken (zelf katheterisatie) tot dat het plassen wel vanzelf gaat.

Wondverzorging
De wond is meestal gehecht met oplosbare hechtingen, de wond wordt dagelijks gecontroleerd. Als de wond droog is, hoeft er geen pleister meer op.

Ontlastingspatroon
Veel vrouwen ervaren dat hun ontlastingspatroon na een Wertheim operatie veranderd. Meestal vertraagd de passage en wordt het moeilijker om de ontlasting te laten passeren, daarom krijgt u tijdens de opname hiervoor al medicatie om er voor te zorgen dat het op gang komt.

Naar huis


Als de genezing normaal verloopt, kunt u, afhankelijk van de soort operatie, na ongeveer drie tot zeven dagen naar huis. Meestal voelt u zich in het ziekenhuis weer opgeknapt, maar eenmaal thuis valt het vaak tegen. Meestal komen dan ook emoties los. Dat is niet vreemd. U heeft immers een zware operatie ondergaan. In het begin kunt u thuis nog niet alles zelf doen. Neem voldoende rust en ga bijvoorbeeld ‘s middags even liggen. Blijf goed luisteren naar uw lichaam.

De polikliniek afspraak krijgt u mee wanneer u naar huis gaat, wanneer dat niet het geval is wordt de afspraak thuisgestuurd. Vraag uw partner en/of de door u gewenste personen om bij het gesprek aanwezig te zijn.

Controles op de polikliniek


Het bij de operatie verwijderde weefsel wordt opgestuurd naar de patholoog. Deze zal het weefsel onder microscoop onderzoeken. De behandelend gynaecoloog bespreekt de uitslag van dit onderzoek na ongeveer 14 dagen met u en uw partner en/of de door u gewenste personen. Na dit gesprek is een verpleegkundige aanwezig, zodat u altijd bij deze verpleegkundige kunt terugkomen op wat er gezegd is.

Twee weken na de operatie komt u langs op de polikliniek voor de uitslag van het weefselonderzoek en voor controle van het herstel.
Als u geen aanvullende behandeling nodig heeft komt u 6 weken na de operatie nogmaals terug bij uw behandeld gynaecoloog en/of verpleegkundig specialist. Als alles goed gaat verwijzen we u terug naar de gynaecoloog die u naar ons verwezen heeft voor nacontrole.
U krijgt 6 maanden na de operatie nog eenmaal de vragenlijst toegestuurd en vervolgens telefonisch contact met de verpleegkundig specialist.

Herstel


Uw lichamelijke conditie zal geleidelijk verbeteren. Het herstel duurt meestal enkele maanden. Over het algemeen kunt u na ongeveer drie maanden weer goed functioneren. Het is belangrijk om naar uw lichaam te blijven luisteren. Het is niet precies te zeggen wanneer u uw normale werkzaamheden kunt hervatten. Het is verstandig om vroeg met uw werkgever en de arbo arts in gesprek te gaan over werkhervatting en samen een plan te maken.
De manier van omgaan met gevoelens is voor iedereen anders. De één heeft er behoefte aan veel over de ziekte te praten, de ander verwerkt het liever in zichzelf.

Bijwerkingen en complicaties


Wanneer neemt u direct contact met ons op


  • bij nabloeding van de wond
  • bij plotseling optredende koorts boven de 38,5 °C
  • bij koude rillingen
  • bij zwelling, roodheid van de wond
  • bij zwelling en roodheid van een been
  • bij plotselinge kortademigheid of andere klachten van de longen
  • wanneer u twee weken na de operatie nog vaginaal bloedverlies heeft
  • wanneer u zes weken na de operatie nog bruine afscheiding heeft.
Neem in bovenstaande situaties en als u iets niet vertrouwt contact op met de kliniek gynaecologie. Als de operatie langer dan 6 weken geleden is, kunt u contact opnemen met de oncologieverpleegkundige. Natuurlijk kunt u ook uw huisarts raadplegen. De telefoonnummers van het ziekenhuis vindt u onder 'Contact'.


Leefregels


Als u een laparoscopische operatie heeft ondergaan, zal de herstelperiode doorgaans korter zijn. De bovenstaande adviezen zijn dan nog steeds van kracht.

Wetenschappelijk onderzoek


In het Erasmus MC wordt veel wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Als u in aanmerking komt voor een onderzoek in studieverband, wordt u hierover op de polikliniek ingelicht. Daarnaast wordt in het Erasmus MC restmateriaal (lichaamsweefsel, bloed en dergelijke) dat
niet meer nodig is voor uw eigen behandeling of onderzoek bewaard voor eventueel wetenschappelijk onderzoek, tenzij u daartegen bezwaar maakt (zie ook de folder ‘Restmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek').

Contact


Heeft u nog vragen? Stelt u deze dan tijdens uw controle op de polikliniek aan uw gynaecoloog-oncoloog. U kunt ook altijd contact opnemen met de oncologieverpleegkundige.

Oncologieverpleegkundige/casemanager: 06 3096 05 00
Polikliniek gynaecologie: (010) 704 02 51
Kliniek gynaecologie: (010) 703 33 46

Meer informatie


Patiëntenfolders Erasmus MC:
Op de preoperatieve polikliniek
Zorgpad baarmoederhalskanker
Restmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek

Kanker.nl
Informatieplatform en sociaal netwerk voor (ex-)patiënten en naasten.
Telefoonnummer: 0800-0226622
www.kanker.nl
Email: contact@kanker.nl

Stichting OLIJF
Netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker
Postbus 1478
1000 BL Amsterdam
Telefoonnummer: 020 - 303 9292
E-mail: olijf@olijf.nl
www.olijf.nl

Nederlandse Kankerbestrijding (KWF)
Sophialaan 8
1075 BR Amsterdam
Hulp- en informatielijn: 0800 - 022 66 22
www.kankerbestrijding.nl

Nederlandse Lymfoedeem Netwerk
Postbus 723
2003 RS Haarlem
info@lymfoedeem.nl
www.lymfoedeem.nl

IPSO Instellingen PsychoSociale Oncologie (inloophuizen)
Bunuellaan 1
1325 PP Almere
Telefoonnummer: 06 - 38 82 35 97
Email: info@ipso.nl
www.ipso.nl

Stichting OOK (Optimale Ondersteuning bij Kanker)
Maasstadweg 90
3079 DZ Rotterdam
Telefoonnummer: 010 - 292 36 10
Email: info@stichting-ook.nl
www.stichting-ook.nl

NVFL (Nederlandse vereniging van fysio- en lymfoedeemtherapeuten)
www.nvfl.nl




Foldernummer: 5853331-09_18


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien