Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Neonatologie


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Voedingsbeleid intensive care neonatologie

Voedingsbeleid intensive care neonatologie


Voedingsbeleid intensive care neonatologie

Ernstig zieke of te vroeg geboren kinderen kunnen meestal niet zelf drinken en krijgen melk via een maagsonde. Zolang hun darmen nog weinig melk kunnen verdragen, krijgen zij daarnaast infuusvoeding. Hieronder leest u welke
melk wij geven aan kinderen die opgenomen zijn op de intensive care neonatologie.

Eigen moedermelk


Eigen moedermelk (borstvoeding) is eerste keuze voor alle zuigelingen. Als kinderen te vroeg (prematuur) geboren zijn, is moedermelk van groot belang. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat moedermelk de kans op ernstige infecties vermindert. Het wordt ook beter verdragen dan kunstvoeding. Daarnaast verlaagt moedermelk bij prematuren de kans op een ernstige ontsteking van de darm (necrotiserende enterocolitis). Zo’n darmontsteking komt bij 5-10% van de ernstige prematuren voor en kan levensbedreigend zijn. Ook op de lange termijn biedt moedermelk voordelen, zoals minder kans op overgewicht, een lagere bloeddruk, en een betere oog- en hersenontwikkeling.

Soms is er (nog) geen of onvoldoende eigen moedermelk beschikbaar. Het kan een aantal dagen duren voordat uw (gekolfde) moedermelkproductie goed op gang is en er voldoende is voor uw kind. Ook kan het zijn dat u nog te ziek bent, of medicijnen krijgt waar uw baby (via de moedermelk) niet aan blootgesteld mag worden. Daarnaast kan bijvoorbeeld stress de productie van moedermelk (tijdelijk) nadelig beïnvloeden.

Een belangrijk doel van onze zorg is het beperken van complicaties van vroeggeboorte. Daarom worden te vroeg geboren kinderen zoveel mogelijk gevoed met eigen moedermelk. Onze verpleegkundigen, kraamverzorgenden en de lactatiekundige begeleiden u bij het afkolven en eventueel aanleggen als uw kind daar aan toe is. Er is aparte informatie beschikbaar over het afkolven van moedermelk.

Donormelk


Als er geen of onvoldoende eigen moedermelk beschikbaar is, beschouwen we gepasteuriseerde donormelk als beste alternatief. Dit is de internationale aanbeveling van onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie en wordt wereldwijd toegepast op neonatale intensive care afdelingen.

Donormelk is afkomstig van andere moeders (‘donoren’) die moedermelk over hebben. Zij stellen hun melk beschikbaar voor te vroeg geboren kinderen. Donoren worden vooraf gekeurd en hun bloed wordt uitgebreid getest bij de bloedbank. Hun melk wordt verzameld door de Nederlandse Moedermelkbank. Om overdracht van ziektes te voorkomen, wordt donormelk gepasteuriseerd en uitgebreid gecontroleerd op bacteriën. Na pasteurisatie wordt de melk ingevroren.
Donormelk voldoet aan de strengste veiligheidseisen, vergelijkbaar met bloedtransfusies van de bloedbank. Donormelk is het beste alternatief voor eigen moedermelk, maar door de bewerking bevat het minder afweer- en voedingsstoffen.

Kunstvoeding


Kunstvoeding, ook vaak ‘flesvoeding’ genoemd, is gemaakt van koemelk. Er is speciale melk voor prematuren. Dit is een passend alternatief als er geen eigen moedermelk beschikbaar is en uw kind niet in aanmerking komt voor donormelk.

Probiotica


Probiotica zijn goede bacteriën die de afweer helpen en de kans op een ernstige ontsteking van de darm verlagen. Probiotica zitten van nature in moedermelk. Probiotica kunnen aan moedermelk, donormelk of kunstvoeding worden toegevoegd.

Voedingsbeleid op de Intensive Care Neonatologie


Kinderen geboren bij een zwangerschapsduur korter dan 30 weken en/of met een geboortegewicht onder 1000 gram, krijgen donormelk als er (tijdelijk) geen of onvoldoende eigen moedermelk beschikbaar is. Ze krijgen allemaal probiotica, het maakt daarbij niet uit welke melk ze krijgen. We geven donormelk tot overplaatsing naar een ander ziekenhuis of tot ze de leeftijd van 32 weken bereiken. Probiotica tot overplaatsing of tot ze de leeftijd van 35 weken bereiken. Na deze periode is het risico op infecties en darmontstekingen heel laag.

Kinderen geboren na 30 weken, met een gewicht boven de 1000 gram, komen niet in aanmerking voor donormelk of probiotica. Deze kinderen krijgen kunstvoeding als er onvoldoende moedermelk is.

Bezwaar tegen donormelk?


Mocht u, als ouder niet willen dat uw kind donormelk krijgt, dan respecteren wij dit. Uw kind krijgt dan kunstvoeding op het moment dat u geen of onvoldoende eigen moedermelk heeft. Wilt u uw bezwaar doorgeven aan uw verpleegkundige of arts? We wachten na de geboorte maximaal 12 uur op eigen moedermelk, voor we starten met aanvulling op de eigen melk. Mochten wij van u geen bezwaar hebben gehoord, dan gaan wij er vanuit dat u akkoord gaat met het geven van donormelk aan uw kind.

Contact


Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben dan kunt u contact opnemen met uw verpleegkundige of de kinderarts.


Foldernummer: 0000574-09_20


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien