Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Urologie


Verwijderen van een nier (geheel of gedeeltelijk)

Verwijderen van een nier (geheel of gedeeltelijk)

(nefrectomie of partiële nefrectomie)


Als een nier verwijderd wordt spreken we van een nefrectomie, als een gedeelte van de nier verwijderd wordt spreken we van een partiële nefrectomie.

Wanneer is een (partiële) nefrectomie nodig


Een mens heeft twee nieren. De nieren liggen achter de buikholte ter hoogte van de onderste ribben. Het zijn boonvormige organen met een lengte van ongeveer twaalf centimeter. De nieren filteren het bloed en verwijderen water en afvalstoffen uit het lichaam. De urine komt via de urineleider (ureter) in de blaas terecht.

Er zijn verschillende redenen om een nier geheel of gedeeltelijk te verwijderen, bijvoorbeeld bij ontsteking, bij het slecht functioneren van een nier of bij het vermoeden op aanwezigheid van een niertumor. Een niertumor is meestal kwaadaardig. Als er een niertumor is vastgesteld, bepaalt de plaats en grootte van deze tumor of alleen de tumor verwijderd kan worden (partiële nefrectomie) of dat de hele nier verwijderd moet worden (nefrectomie). Bij een partiële nefrectomie wordt een gedeelte van de aangedane nier weggehaald. Een groot deel van de nier blijft behouden. Deze operatie wordt meestal als een kijkoperatie uitgevoerd (laparoscopie) met behulp van een operatierobot.

Soms blijkt tijdens de operatie dat het technisch onmogelijk is om de nier te behouden, bijvoorbeeld vanwege de plaats en grootte van de afwijking. In dat geval wordt alsnog de hele nier verwijderd. Ook kan tijdens de operatie een bloeding ontstaan, waardoor de nier in zijn geheel verwijderd moet worden.

Voorbereiding


U krijgt een afspraak op het pre-operatieve spreekuur op de polikliniek anesthesiologie. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesist of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Bij dit contact zal onder andere de soort anesthesie (verdoving) en pijnstilling na de operatie worden besproken. Daarnaast worden er afspraken gemaakt over hoe u op de dagen rondom de operatie uw medicijnen moet gebruiken. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht mee, u kunt dat krijgen bij uw apotheek.

De dag van operatie


Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de afdeling. U wordt ontvangen door een verpleegkundige. De verpleegkundige wijst u de weg naar uw kamer, bespreekt alle gegevens met u en meet uw temperatuur, polsslag en bloeddruk. Soms is het nodig om bloed af te nemen, bijvoorbeeld als u bloedverdunners gebruikt. U krijgt van de verpleegkundige een polsbandje met uw naam en geboortedatum.

Als u aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer van de operatieafdeling waar een operatiemedewerker de zorg voor u overneemt. Voordat de operatie begint, worden door het hele operatieteam de details voor uw operatie doorgenomen. Er worden u vragen gesteld die u misschien al eerder beantwoord heeft zoals wie u bent, wat uw geboortedatum is, welke operatie u krijgt en aan welke kant u wordt geopereerd. Dit wordt gedaan om de kans op misverstanden zo klein mogelijk te maken.

Over de operatie


Wat we gaan doen


De operatie vindt plaats onder narcose. Soms wordt via een prik in uw rug een epiduraal katheter ingebracht. Dit is een dun slangetje waarmee tijdens en na de operatie pijnstillers kunnen worden toegediend.
Er zijn verschillende manieren om de nier te opereren:
De uroloog bespreekt met u welke manier bij u het beste is.

Verloop van de operatie


Laparoscopische nefrectomie

De uroloog maakt een aantal kleine openingen in uw buik. Via een sneetje gaat een dunne holle buis de buik in. Via de buis wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas (CO2). Zo ontstaat er ruimte in de buik waardoor de operatie kan worden uitgevoerd. Via hetzelfde sneetje wordt de laparoscoop ingebracht, waarop een videocamera is aangesloten. Via de andere sneetjes brengt de uroloog de instrumenten in die nodig zijn om u te kunnen opereren. Het opereren gebeurt via het televisiescherm, vandaar de naam ‘kijkoperatie’. Om de nier te kunnen verwijderen, is het nodig om één van de sneetjes groter te maken. Soms blijkt tijdens de kijkoperatie dat het niet lukt om de nier op deze manier veilig te verwijderen. In dat geval gaat de arts over op de ‘open’ operatie.
Een laparoscopische nefrectomie duurt ongeveer 3 uur.
Na een laparoscopische operatie is de opnameduur meestal 2 tot 4 dagen.

Open nefrectomie
De open nefrectomie betekent dat de uroloog één grotere wond maakt om de nier te bereiken.
Dit kan op verschillende manieren:
De operatieduur is afhankelijk van verschillende factoren, gemiddeld ongeveer 3 uur.
De ziekenhuisopname na een open nefrectomie duurt ongeveer vijf tot zeven dagen.

Na de operatie


Nazorg en controles


Na de operatie verblijft u enige tijd op de uitslaapkamer. Daar wordt u regelmatig gecontroleerd tot u goed wakker bent en de narcose volledig is uitgewerkt. Ook de pijnstilling wordt hier ingesteld. Als u op uw kamer komt, heeft u een infuus in uw arm. In uw blaas heeft u een katheter voor de afvoer van urine. Deze katheter blijft 1 tot 2 dagen zitten. De operatiewond of wondjes zijn meestal gesloten met oplosbare hechtingen die zo geplaatst zijn dat je ze aan de buitenkant niet kunt zien. De anesthesist heeft pijnstillers voorgeschreven. Deze krijgt u via een slangetje in de rug of via een pompje dat u zelf kunt bedienen.

Naar huis


Afhankelijk van de operatiemethode en uw herstel wordt bepaald wanneer u naar huis kunt. De zaalarts komt dagelijks aan uw bed om de voortgang van uw herstel te bespreken en maakt afspraken met u over het verloop van de opname.

U krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek bij uw uroloog op de polikliniek.

Uitslag


Het weggenomen weefsel wordt na de operatie opgestuurd voor onderzoek. Dit onderzoek duurt ongeveer vijf werkdagen. De uitslag van het onderzoek wordt tijdens de eerste controle op de polikliniek met u besproken.

Bijwerkingen en complicaties


Nabloeding
Een nabloeding wordt na een totale nierverwijdering zelden gezien. Na een partiële nefrectomie komt het wel af en toe voor. Tijdens de operatie worden alle bloedende bloedvaatjes met hechtingen gestelpt. Ook als dit succesvol verloopt kan het gebeuren dat er na enkele dagen opnieuw een bloeding optreedt. Een nabloeding wordt meestal behandeld met een embolisatie. Dit betekent dat het bloedende vat wordt afgesloten via een slagader in de lies. Meestal is hiervoor dus geen nieuwe operatieve ingreep nodig. Om de kans op een nabloeding zo klein mogelijk te maken, is het nodig dat u tijdelijk stopt met bloedverdunnende medicijnen. Dit is altijd in overleg met de uroloog en de anesthesist.

Wondinfectie
De kans op een wondinfectie is niet groot. Als een nier wordt verwijderd vanwege een infectie, worden preventief antibiotica gegeven. Desondanks kan er een wondinfectie optreden. Tekenen van een wondinfectie kunnen zijn: pijnlijke rode zwelling rond het litteken, pus uit de wond en/of koorts.

Blaasontsteking
Er is een kleine kans dat de blaaskatheter een blaasontsteking veroorzaakt. U kunt dan last hebben van pijn bij het plassen en aandrang waardoor u vaak kleine beetjes moet plassen. Een blaasontsteking is goed te behandelen met een antibioticakuur.

Urinelekkage
Als bij u een partiële nefrectomie is uitgevoerd komt soms urinelekkage voor. De urine hoopt zich op buiten de nier. Koorts of pijn kunnen een reden zijn om dit vast te onderzoeken, bijvoorbeeld met een CT-scan. Als er urinelekkage wordt vastgesteld, kan er een slangetje worden geplaatst in de nier wat ervoor zorgt dat de urine rechtstreeks wordt afgevoerd. Met behulp van deze maatregel stopt de lekkage in bijna alle gevallen vanzelf.

Longontsteking
Omdat het operatiegebied hoog tegen het middenrif aanligt, kan ademhalen pijnlijk zijn. Het niet goed doorademen kan tot een longontsteking leiden. Na de operatie wordt er soms een fysiotherapeut ingeschakeld om u te helpen met ademhalingsoefeningen zodat het risico op een longontsteking klein blijft.

Littekenbreuk
Littekenbreuken komen bij een kijkoperatie slechts zelden voor omdat de wondjes heel klein zijn. Bij een open nefrectomie komt dit vaker voor. U kunt dan een zwelling rond het litteken zien. Als u iets opvalt en u daar vragen over heeft, kunt u altijd contact opnemen met de polikliniek urologie.

Schouderpijn

Na een kijkoperatie kunt u door prikkeling van het gebruikte koolzuurgas, schouderpijn krijgen. Meestal duurt dit enkele dagen. De pijn is goed te behandelen met pijnstillers.

Nierfunctieverlies
Met het verwijderen van een nier treedt verlies van nierfunctie op. Dit functieverlies valt meestal niet op, omdat de nieren een forse overcapaciteit hebben. Dat betekent dat de andere nier in staat is om de taak van de verwijderde nier over te nemen. Hiervan merkt u na de operatie niets. Na de operatie wordt de werking van de overgebleven nier gecontroleerd door een bloedtest. U kunt normaal leven met slechts één nier. Als u gezond leeft en gezond eet, is speciale zorg of een speciaal dieet niet nodig.

Trombose
Het komt weinig voor dat er een trombosebeen of longembolie optreedt na een nieroperatie. Om dit risico zo laag mogelijk te houden, krijgt u tijdens uw opname dagelijks een injectie met een bloedverdunner om bloedstolsels in de bloedbaan (trombose) te voorkomen.

Beschadiging van andere organen
Er ontstaan heel soms tijdens de operatie beschadigingen aan andere organen (bijvoorbeeld de darm als er veel verklevingen in de buik zijn).

Weer thuis


Als u weer thuis bent, kunt u de eerste tijd last hebben van het volgende:
Neemt u direct contact op:


Leefregels


Contact


Tijdens kantoortijden: polikliniek urologie Erasmus MC, telefoon (010) 704 01 46
Buiten kantoortijden: met het algemene nummer van het Erasmus MC: telefoon (010) 704 0 704 en vraag naar de dienstdoende uroloog.






Foldernummer: 5811388-02_19


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien