Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


Veneuze sampling van de (bij)niervenen

Veneuze sampling van de (bij)niervenen

Bloedvatmonsters van de (bij)nieraders


Bij een sampling van de (bij)niervenen nemen we bloed af uit de zuurstofarme (afvoerende) bloedvaten van de (bij)nieren. Met dit bloed kunnen we uw hormoonspiegels goed meten.

Voorbereiding


Voorafgaande onderzoeken
Als voorbereiding op een bijniervene sampling krijgt u een poliklinische afspraak voor een CT-scan. Hierop worden de bloedvaten van de bijnieren in kaart gebracht.

Eten en drinken
Op de dag van het onderzoek moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u na twaalf uur middernacht niets meer mag eten of drinken

Voor vrouwen (zwangerschap en borstvoeding)
Röntgenonderzoek kan beter niet worden gedaan als (de kans bestaat dat) u zwanger bent. Bij twijfel moet het onderzoek binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie plaatsvinden. Verander zo nodig uw afspraak.

Tijdens de behandeling wordt (jodiumhoudend) contrastmiddel toegediend in de bloedvaten. Zeer kleine hoeveelheden kunnen in de moedermelk komen, maar deze kleine hoeveelheden worden niet opgenomen door het maagdarmkanaal van de baby. U kunt daarom borstvoeding blijven geven. Wilt u blootstelling helemaal voorkomen, stop dan na de toediening van het contrastmiddel 24 uur met het geven van borstvoeding.

Contrastvloeistof
In de contrastvloeistof zit jodium. Jodium kan een allergische reactie veroorzaken bij mensen die hiervoor overgevoelig zijn. Bent u overgevoelig voor jodium? Bespreek dit dan met uw behandelend specialist. De behandelend specialist zal u vertellen of voorbereiding met medicatie nodig zal zijn. Wilt u het ook voor het onderzoek zeggen tegen de laborant(e) of radioloog?

Bloedverdunners
Als u bloedverdunnende middelen gebruikt (bijvoorbeeld Marcoumar of Sintrom), kan het zijn dat u hiermee tijdelijk moet stoppen. Vertel het uw arts als u deze middelen gebruikt.

Kleding
Omdat er gewerkt wordt in een steriele omgeving is het noodzakelijk dat u in schone (gewassen) kleding naar de onderzoekskamer komt. Ook is het handig als de kleding comfortabel en niet te strak zit.

Opname
Uw behandelend arts heeft u verteld dat u voor dit onderzoek wordt opgenomen. Meestal is dit voor één dag. Op de verpleegafdeling wordt bij u een infuus geprikt en bloed afgenomen om de stollingswaarden en nierfunctie te bepalen en te controleren.

Toilet
Het is handig om op de verpleegafdeling vòòr het onderzoek nog even naar het toilet te gaan. Tijdens het onderzoek is dat erg lastig.

Tijdstip van het onderzoek of de behandeling
De duur van het onderzoek of behandeling wisselt erg. We kunnen daarom niet aangeven hoe lang het onderzoek gaat duren of wanneer u klaar zal zijn. Ook krijgen we vaak aanmeldingen voor spoedprocedures. Het kan daarom voorkomen dat uw afspraak wordt uitgesteld. Meestal stellen we uw behandeling uit naar een later tijdstip op dezelfde dag, maar in zeldzame gevallen moeten we uw onderzoek uitstellen naar een andere dag. Als dit het geval is, geven we u hier zo snel mogelijk meer informatie over.

Over het onderzoek


Wat we gaan doen


Bij deze ingreep nemen we bloed af uit de zuurstofarme bloedvaten van de (bij)nieren. Het afgenomen bloed sturen we daarna op naar het laboratorium om uw hormoonspiegels te kunnen meten.

Wat is het doel?


Het doel is om de hormoonspiegels in het bloed te kunnen meten. De bijnieren maken aldosteron aan en door bloedvatmonsters af te namen kan er onderzocht worden hoeveel aldosteron er in de linker en de rechter bijnieraders zit. Op die manier kan er onderzocht worden of één of allebei uw bijnieren overactief is of zijn.

Verloop van het onderzoek


Het Erasmus MC is een universitair medisch centrum, waarin personeel wordt opgeleid. Het kan daarom voorkomen dat het onderzoek of de behandeling uitgevoerd wordt door één van onze arts-assistenten, gesuperviseerd door een staf-arts. Ook kan het voorkomen dat de arts die het onderzoek of de behandeling van tevoren met u heeft doorgesproken niet degene is die het onderzoek of de behandeling uitvoert.

Om toegang te krijgen tot het bloedvat van de (bij)nieren moeten we een bloedvat aanprikken in uw lies.

Als u op de röntgentafel ligt ontsmetten (reinigen met alcohol) we eerst de huid. Daarna krijgt u een plaatselijke verdoving. Met een echo-apparaat zoeken we naar het juiste bloedvat. Daarna prikken we het bloedvat aan. We laten een klein buisje achter in het bloedvat, zodat de katheters en voerdraden via het buisje in het bloedvat bij de (bij)nieren gebracht kunnen worden.

Foto's maken
Om te bepalen of de locatie van de katheter goed is, maken we foto’s waarbij contrastvloeistof wordt ingespoten. U kunt het door de contrastvloeistof even warm krijgen door heel uw lichaam of een vieze smaak in uw mond krijgen. Dit trekt direct weer weg. Het is belangrijk voor het slagen van het onderzoek dat u heel stil blijft liggen. Soms is het nodig dat u uw adem inhoudt. De laborant legt dit aan u uit. Na het maken van de foto’s worden deze direct bekeken op de monitor.
Als de locatie van de katheter goed is, dan worden er bloedmonsters (samples) afgenomen.

Als het onderzoek klaar is, blijft het buisje in uw bloedvat in de lies zitten. Hiermee gaat u terug naar de afdeling totdat de uitslagen binnen zijn. Het is belangrijk dat u plat blijft liggen. Als blijkt dat het bloed niet op de juiste plek is afgenomen, moet u nog een keer terugkomen voor het onderzoek. Als blijkt dat het bloed wel op de juiste plek is afgenomen, verwijderen we het buisje uit uw lies en drukken we het gaatje in uw lies een tijdje dicht. Als we na twee pogingen nog steeds geen goede monsters hebben kunnen afnemen, kan het zijn dat u op een andere dag moet terugkomen.

De uitslag
De radioloog kan u de uitslag meestal niet gelijk geven. Het afgenomen bloed wordt in bloedbuisjes opgevangen en naar het laboratorium gestuurd. Daar wordt onderzocht of de bloedafnames van de juiste plek zijn afgenomen. Zo wordt gekeken of het onderzoek is gelukt of niet. Uw behandelend arts bespreekt na ongeveer 3 weken de uitslag van de sampling met u.

Duur van het onderzoek
Het onderzoek neemt ongeveer 1 tot 2 uur in beslag.

Na het onderzoek


Nazorg en controles


Na het onderzoek wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling. Om de kans op nabloedingen zo klein mogelijk te houden, moet u nog 1 uur platte bedrust houden, nadat het buisje uit de lies is verwijderd. De verpleging controleert uw lies, bloeddruk en polsslag.

Eten en drinken
U mag na het onderzoek, in overleg met uw afdelingsarts, weer gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u tot 3 dagen na de contrasttoediening veel drinkt, om zo snel mogelijk de contrastvloeistof uit te plassen.

Naar huis


Als u alleen bent opgenomen voor de (bij)niervene sampling, mag u meestal dezelfde dag weer naar huis. Een afspraak voor uw eerstvolgende polikliniekbezoek krijgt u thuisgestuurd.

Leefregels
Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur rustig aan doet. U mag geen zware dingen tillen, niet sporten en niet veel traplopen.

Bijwerkingen en complicaties


Onderzoeken waarbij we katheters in bloedvaten brengen, verlopen meestal zonder problemen. Een enkele keer treden er bijwerkingen op, zoals een infectie of bloeduitstorting op de plaats waar het tijdelijke buisje werd ingebracht.

Een onderzoek of behandeling brengt altijd risico’s op complicaties met zich mee. Maar het team wat het onderzoek of de behandeling uitvoert is gespecialiseerd in het voorkomen van complicaties en zal het onderzoek of de behandeling dan ook erg voorzichtig uitvoeren. De volgende complicaties kunnen optreden:

Wanneer contact opnemen?


Krijgt u thuis toch last van een complicatie of bijwerking? Belt u dan naar de polikliniek radiologie. Vraag dan vervolgens of u doorverbonden kunt worden met de physician assistent van de interventie radiologie. Bij spoed buiten kantooruren belt u naar het algemene nummer van het Erasmus MC. Vraag dan of u doorverbonden kunt worden met de dienstdoende assistent van de radiologie.

Contact


  • Polikliniek radiologie (van 08.00 - 16.30 uur): (010) 704 20 06.
  • Algemeen nummer Erasmus MC: (010) 704 0 704



Foldernummer: 0000591-03_21


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien