Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Kaakchirurgie


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Sluiten kaakspleet en harde gehemelte

Sluiten kaakspleet en harde gehemelte

bot in gnatho


Uw kind krijgt een operatie voor het sluiten van de kaakspleet en/of het harde gehemelte. Wij leggen u graag uit wat u en uw kind kunnen verwachten van de operatie en de periode daarna.

Voorbereiding


Foto’s en gipsmodellen

Vóór de operatie maakt de kaakchirurg of orthodontist röntgenfoto’s, gipsmodellen en portretfoto’s om de uitgangssituatie vast te leggen.

Beugelbehandeling
Uw kind krijgt meestal een beugelbehandeling als voorbereiding op de operatie. Met deze beugelbehandeling proberen we de verschillende kaakdelen recht ten opzichte van elkaar te zetten en de breedte van de kaak goed te krijgen en/of goed te houden na de operatie. Soms is eerst een losse ‘verbredingsbeugel’ nodig, gevolgd door een vaste beugel. Soms volstaat alleen een vaste beugel.

Gipsafdruk kaak en gebit
Een paar weken voor de operatie maken wij een gipsafdruk (zogenoemd ‘happen’ in afdrukpasta) van kaak en gebit om de operatie goed voor te kunnen bereiden.

Voorbereiding van uw kind
Uw kind wordt voorbereid op de anesthesie (narcose) tijdens het pre-operatief spreekuur. Eventueel neemt de verpleegkundige contact op met de pedagogisch medewerker voor de voorbereiding als dit voor uw kind noodzakelijk is.

Nuchter zijn
Uw kind moet voor de operatie nuchter zijn. Voor de exacte nuchtertijden kunt u een dag van tevoren bellen met bureau opname. Meer informatie hierover leest u onder ‘Anesthesie en de begeleiding van uw kind’.

Over de operatie


Moment van opereren


Bij een volledige kaakspleet is er duidelijk een spleet zichtbaar. Bij een incomplete spleet kan deze niet of bijna niet zichtbaar zijn. Als uw kind ongeveer tussen de 9 en 12 jaar oud is, sluit de kaakchirurg de spleet in de bovenkaak en zo nodig het harde gehemelte. De ontwikkeling van de tandwortel(s) van de blijvende hoektand(en) is bepalend voor het moment van opereren. Tandwortels zijn te zien op röntgenfoto’s. Daarom maken wij vanaf het zesde jaar röntgenfoto’s van de kaak. In overleg met de orthodontist wordt het moment van opereren bepaald.

Uw kind wordt over het algemeen op de dag van de operatie opgenomen.

Wat we gaan doen


Tijdens de operatie vullen we het ontbrekende bot in de kaakboog aan (de zogeheten ‘bot in gnatho’ procedure, ‘gnatho’ betekent kaak) met bot uit het eigen lichaam (het zogenoemde transplantatiebot) (figuur 1). Dit bot is vaak afkomstig uit de bekkenkam, soms uit de kin. Het gaatje dat in het bot ontstaat, groeit vanzelf weer dicht. Aan de buitenkant is hiervan vrijwel niets te zien.

Tijdens deze operatie kan de chirurg ook een eventuele spleet in het harde gehemelte sluiten. Hierbij wordt zowel het slijmvlies van de neus gesloten als het slijmvlies van het harde gehemelte. Dit gebeurt niet met bot maar met hechtingen die oplosbaar zijn.

Afdekplaat
Om het getransplanteerde bot en het gehemelte te beschermen, brengt de kaakchirurg een afdekplaat aan. Dit is een plastic plaat die vooraf in het laboratorium is gemaakt op de kaak- en gebitafdruk van uw kind. De plaat zit tegen het gehemelte aan en is vastgemaakt met hechtingen aan 2 tanden links en rechts. Het beschermt de wond tegen invloeden van buitenaf, zoals eten en speeksel en wordt tijdens de controle op de polikliniek na 1 of 2 weken verwijderd. Het is normaal dat er onder de plaat etensresten blijven zitten, maar dat is voor deze korte periode geen probleem.

Verloop van de operatie bij eenzijdige spleet


Als eerste klapt de chirurg het tandvlees dat de spleet bedekt opzij (figuur 1a en 1b). Het kaakbot ligt dan bloot. De verbinding met de neus wordt gesloten met slijmvlies uit de kaakspleet (figuur 1c). Daarna plaatst de chirurg een stukje transplantatiebot in de spleet. Ten slotte klapt hij het tandvlees terug en hecht deze over het bottransplantaat heen. (figuur 1d).

Bot in gnatho procedure

Figuur 1. schematische weergave van de ‘bot in gnatho’ procedure

Verloop van de operatie bij een dubbelzijdige kaak en gehemelte spleet


Bij een dubbelzijdige schisis is sprake van drie kaakdelen. Het middelste kleine deel (de ‘tussenkaak’ of ‘premaxilla’ genoemd) is met een dunne botspaan verbonden aan het neustussenschot. Net zoals bij de enkelvoudige kaakspleet wordt aan beide zijden eerst het tandvlees dat de spleet bedekt opzij geklapt. Met het slijmvlies uit de kaakspleet sluit de chirurg de verbinding naar de neus af. Daarna vult de chirurg beide kaakspleten op met een bottransplantaat en ten slotte klapt hij het tandvlees terug en hecht deze over het bottransplantaat heen.

Duur van de operatie
De operatie duurt 1,5 tot 3 uur. De duur hangt af van het type kaakspleet. Een dubbelzijdige kaakspleet duurt langer.

Na de operatie

Na de operatie


De meeste kinderen hebben na de operatie weinig pijn. Soms zijn kinderen na de operatie wat misselijkheid of hebben keelpijn. Ook kan er de eerste 5 dagen nog wat bloed uit de mond of neus komen. Meestal zijn er in de mond oplosbare hechtingen gebruikt.

Bekkenkam
De bekkenkam is meestal gevoeliger dan de kaak zelf, omdat de spieren van de buik en het bovenbeen daar aanhechten. Lopen, lachen en niezen kunnen daarom vervelend zijn. Uw kind kan het beste de eerste 2 dagen na de operatie het been in bed zo veel mogelijk gestrekt houden. Voorzichtig lopen mag.

Zwelling onderkaak
Is er bij uw kind transplantatiebot uit de kin verwijderd, dan kan de onderkaak er een aantal dagen vrij gezwollen uitzien. De zwelling wordt na de tweede dag al minder.

Eten en drinken
Direct na de operatie mag uw kind gewoon eten, vermijd harde en scherpe dingen (broodkorstjes, chips, friet en dergelijke). Gebruik geen rietjes en vorken. In plaats van een lepel kan uw kind ook een gewone beker (geen tuitbeker) gebruiken bij de vloeibare voeding.

Wond
De wond mag de eerste week niet nat worden. De pleister blijft zitten tot aan de controle op de polikliniek. Na deze controle mag uw kind weer voorzichtig douchen. De hechtingen zijn oplosbaar.

Mond- en neusverzorging

School en sport
De meeste kinderen kunnen na een week weer gewoon naar school. Rustige sporten zoals zwemmen zijn toegestaan. Zware inspanning en contactsporten, zoals balsporten of judo, raden wij de eerste 3 weken af.

Naar huis


Uw kind mag over het algemeen de dag na de operatie weer naar huis. Voordat uw kind met ontslag mag, is het belangrijk dat hij:

Bij ontslag krijgt u als het nodig is een recept mee (voor de apotheek) voor mondspoelmiddel, pijnstilling en/of antibiotica.

Bijwerkingen en complicaties


Nabloeding of infectie
Ondanks de zorgvuldigheid van de chirurg, kunnen er bij een ‘bot in gnatho’ operatie complicaties optreden, zoals een nabloeding of infectie. Om het risico op infectie zo klein mogelijk te maken, krijgt uw kind tijdens de operatie antibiotica via het infuus. Als het nodig is, krijgt uw kind ook thuis antibiotica via een drankje of tabletten. U krijgt dan bij ontslag hiervoor een recept mee.

Aanslaan bottransplantatie
Door alle voorzorgsmaatregelen en de ervaring van artsen en verpleegkundigen is de kans op het niet volledig aanslaan van de bottransplantatie klein.

Restgaatje
Er kan een stukje bot bloot komen te liggen of er kan een gaatje in het gehemelte of in de kaakwal overblijven. Hierdoor kan vloeistof in de neus komen tijdens het drinken. Zo’n restgaatje wordt later als het nodig is alsnog gesloten.

Lopen
Als er bot uit de heup is gebruikt, kan het lopen soms 2 tot 3 weken pijnlijk zijn.

Controleafspraken


Bij het ontslag krijgt uw kind een afspraak mee voor controle op de polikliniek bij de kaakchirurg, voor 1 of 2 weken na de operatie. Bij de eerste controle verwijderen wij de afdekplaat. De vaste beugel houdt uw kind nog minimaal 3 maanden na de operatie.

Uw kind blijft in principe onder controle bij de kaakchirurg, tot 3 maanden na de operatie. Daarnaast gaat uw kind naar de orthodontist en heeft hij de gebruikelijke afspraken bij het schisisteam. De eerste afspraak bij de orthodontist vindt 6 weken na de operatie plaats.

Wanneer contact opnemen?


Neemt u contact op met de behandelend kaakchirurg als:


Contact




















Foldernummer: 2222222-03_17


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien