Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


Radio-embolisatie behandeling

Radio-embolisatie behandeling


Een radio-embolisatie is een gerichte behandeling van kanker in de lever waarbij gebruik wordt gemaakt van miljoenen minuscule glazen bolletjes die radioactief Yttrium-90 bevatten. De glazen radioactieve bolletjes hebben een gemiddelde doorsnede van 20-30 micrometer (ongeveer drie keer zo dun als een mensenhaar) en worden rechtstreeks aan de levertumor toegediend.

Voorbereiding


Kleding
Omdat er gewerkt wordt in een steriele omgeving is het noodzakelijk dat u in schone (gewassen) kleding naar de onderzoekskamer komt. Ook is het handig als de kleding comfortabel en niet te strak zit.


Over de behandeling


Wat we gaan doen


Uw arts injecteert de radioactieve bolletjes via een flexibel buisje, een zogenoemde katheter, in de slagader van de lever. De minuscule radioactieve bolletjes komen via de bloedvaten van de levertumor direct in de tumor terecht en lopen definitief vast in de vertakkende, steeds kleiner wordende bloedvaten van de tumor. De tumorcellen worden hierbij van binnenuit de tumor bestraald en vernietigd met geringe gevolgen voor het gezonde leverweefsel eromheen. De radioactieve bolletjes blijven na het toedienen een aantal weken straling afgeven. Het stralingsniveau daalt uiteindelijk tot onbeduidende waarden. Radio-embolisatie wordt ook wel selectieve interne radiotherapie (SIRT) genoemd. Om de behandeling uit te voeren, zijn er zowel medewerkers van nucleaire geneeskunde als radiologie aanwezig. Na de toediening van de Yttrium-90 bolletjes wordt er nog een SPECT-scan gemaakt.

Proefinjectie
Omdat de injectie van de radioactieve bolletjes niet meer teruggedraaid kan worden, is het van belang dat er 2 tot 3 weken van tevoren een proefinjectie wordt gedaan met een vergelijkbaar radioactief materiaal (meestal Technetium genoemd). Aansluitend aan de injectie van de Technetium krijgt u een PET-scan om te bepalen naar welke bloedvaten de Technetium is gestroomd. Deze proefinjectie en PET-scan vinden ongeveer 2 à 3 weken voor de uiteindelijke behandeling met de radioactieve bolletjes plaats. Als de PET-scan laat zien dat de Technetium op de juiste plaats is gekomen, dan bent u definitief geschikt voor de uiteindelijke behandeling met de radioactieve Yttrium-90 bolletjes. Dat hoort u van uw arts.

Verloop van de behandeling


Op de röntgenkamer scheert een laborant zo nodig uw liezen, omdat u daar meestal wordt aangeprikt. Hij/zij desinfecteert daarna uw lies (reinigen met alcohol) en dekt u toe met steriele doeken. Dit is om infecties te voorkomen. De radioloog geeft u eerst een prik in de liesstreek voor de plaatselijke verdoving, dit kan gevoelig zijn. Daarna prikt hij/zij in de (slag)ader van uw lies en wordt er een dun slangetje (katheter) ingeschoven. Daarna wordt onder röntgendoorlichting de katheter op de juiste plaats geschoven.


Contrastvloeistof
Hierna wordt er contrastvloeistof ingespoten om de bloedvaten zichtbaar te maken. Deze vloeistof geeft een warm gevoel op verschillende plaatsen in uw lichaam. Ook kunt u tijdelijk een vieze smaak in de mond krijgen. Dit alles verdwijnt binnen een minuut.

Foto’s
Tijdens het inspuiten van de vloeistof worden er foto’s gemaakt. Het is belangrijk voor het slagen van de behandeling dat u heel stil blijft liggen. Soms vragen wij u uw adem in te houden. De laborant legt dit aan u uit. Na het maken van de foto’s worden ze direct bekeken op een monitor. Het kan zijn dat er nog aanvullende foto’s moeten worden gemaakt, waarbij opnieuw contrastvloeistof wordt ingespoten.

Proefinjectie
Zodra het juiste bloedvat gevonden is wordt de Technetium proefinjectie of 2 tot 3 weken later de Yttrium-90 bolletjes toegediend. Hiervoor is de nucleair geneeskundige aanwezig bij de behandeling. Als de behandeling klaar is, wordt het slangetje uit uw bloedvat gehaald en wordt er een hechting aan de binnenkant van het bloedvat geplaatst.

Duur van de behandeling
De behandeling neemt ongeveer twee uur in beslag.

Na de behandeling


Nazorg en controles


Om de kans op nabloedingen zo klein mogelijk te houden, moet u 1 uur bedrust houden als u weer op uw kamer bent. De eerste uren controleert een verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk en polsslag.

PET-scan of SPECT-scan
Enkele uren na de proefinjectie of de eigenlijke behandeling krijgt u nog een PET-scan of een SPECT-scan.

Eten en drinken
U mag na de behandeling weer gewoon eten. Het is belangrijk dat u tot 3 dagen na de contrasttoediening veel drinkt, om zo snel mogelijk de contrastvloeistof uit te plassen. De dienstdoend arts op de kliniek bespreekt de uitslag met u.

Bijwerkingen en complicaties


Tijdens de behandeling


Rondom de plaats waar de arts heeft geprikt, kunnen blauwe plekken ontstaan. Dit zijn bloeduitstortingen; ze trekken vanzelf weer weg. Onderzoeken, waarbij katheters in de bloedvaten worden ingebracht, verlopen meestal zonder problemen. Een enkele maal treden er bijverschijnselen op, zoals een bloeduitstorting op de plaats waar de katheter werd ingebracht of een overgevoeligheidsreactie op het contrastmiddel. Daarnaast treden hoogst zelden complicaties op, bijvoorbeeld stolselvorming, die kan leiden tot afsluiting van een bloedvat. Als (tumor-)weefsel afsterft, kan dit gaan ontsteken (leverabces). Ook kan de leverfunctie verslechteren (leverfalen). Als er per ongeluk toch radioactieve bolletjes buiten de lever terechtkomen, kunnen ze daar gezond weefsel beschadigen. Het gaat dan om longen, maag, alvleesklier, dunne darm, galblaas en/of galwegen. Dit is echter heel zeldzaam. Het team dat het onderzoek uitvoert, is gespecialiseerd in het voorkomen en het behandelen van dergelijke problemen. De specialist die het onderzoek heeft geadviseerd, weegt altijd de geringe kans op dergelijke complicaties goed af tegen de voordelen van de belangrijke informatie die de angiografie geeft. De arts op de kliniek houdt u goed in de gaten en probeert eventueel vooraf rekening te houden met een complicatie die u krijgt.

Wanneer contact opnemen?


Krijgt u thuis onverhoopt toch een complicatie? Belt u naar de polikliniek radiologie. U wordt dan doorverbonden met de physician assistent van interventie radiologie. Buiten kantoortijden belt u naar het algemene nummer van het Erasmus MC. U vraagt dan naar de dienstdoende Radioloog.

Verlaat op de dag van de behandeling


Bent u verlaat op de dag van de behandeling, neemt u dan contact met ons op.

Contact


Polikliniek radiologie (van 08.00 - 16.30 uur) (010) 704 20 06. Algemeen nummer Erasmus MC (010) 704 0 704.




Foldernummer: 0000476-06_18


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien