Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Kinderchirurgie


Pectus operatie

Pectus operatie


Pectus is een aangeboren afwijking van de borstwand. Bij een pectus excavatum, is het borstbeen ingevallen. Bij een pectus carinatum staat het borstbeen naar buiten. Tijdens de operatie corrigeert de kinderchirurg de afwijking. Wij leggen je graag uit hoe dat gaat.

Over pectus


Soorten


Bij pectus zijn het borstbeen en de ribben betrokken. Er zijn 2 verschillende vormen:

Beide vormen komen in verschillende variaties voor. Bij de een valt het nauwelijks op, terwijl het bij een ander duidelijk te zien is. Bij een ernstige vorm van pectus excavatum zit er nog maar een paar centimeter tussen het borstbeen en wervelkolom.

Ondersteunend beeld bij deze folder.
Pectus Excavatum

Ondersteunend beeld bij deze folder.
Pectus Carinatum

Symptomen en gevolgen



Voorbereiding


Je hebt samen met je ouder(s)/verzorger(s) een gesprek gehad met de kinderchirurg over de operatie. Wij kunnen ons voorstellen dat je niet alles hebt kunnen onthouden of dat er iets nog niet helemaal duidelijk is. We hebben de informatie daarom nog eens voor je op een rij gezet, zodat je je goed kunt voorbereiden. Als je weet wat er gaat gebeuren ben je vaak minder angstig en gaat het herstel vaak ook sneller. Bedenk wel dat de operatie en de opname altijd iets anders kunnen verlopen dan hieronder staat vermeld.

Medicijnen
Medicijnen die de bloedstolling beïnvloeden (bijvoorbeeld Aspirine), mag je vanaf 2 weken voor de ingreep niet meer innemen. Overleg dit met de kinderchirurg.

Nuchter zijn en voeding
Wij besteden veel aandacht aan je voeding. Je herstelt sneller van een operatie als je goed gevoed bent. De dag voor de operatie mag je gewoon eten en drinken. Het is belangrijk om dan minstens 1,5 liter te drinken. De avond voor de operatie mag je tot 8 uur voor de operatie nog een lichte maaltijd eten. Daarna moet je nuchter blijven. Dit betekent dat je niets meer mag eten en tot aan de operatie alleen nog 100 ml heldere dranken per uur mag drinken.

Pre-operatief spreekuur
Je hebt een gesprek met de anesthesioloog (slaapdokter) op het pre-operatief spreekuur. De anesthesioloog geeft je vlak voor de operatie medicijnen om in slaap te kunnen vallen. Hij zorgt voor je tijdens de operatie en maakt je weer wakker als de operatie klaar is.

Tijdens het gesprek vraagt de anesthesioloog naar:

Je kunt natuurlijk ook zelf vragen stellen.

Als je medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog met welke je mag doorgaan en met welke je voor de operatie moet stoppen. Je krijgt uitleg over de anesthesie en over mogelijke pijn na de operatie en wat we daar tegen kunnen doen. Je krijgt ook een lichamelijk onderzoek, waarbij de anesthesioloog vooral luistert naar je hart en longen.

De anesthesioloog bepaalt met deze informatie welke vorm van anesthesie en pijnbestrijding het meest geschikt is voor jou. Tot slot maakt hij afspraken met je over het nuchter zijn. Meer informatie over anesthesie en nuchter zijn staat onder ‘Anesthesie en de begeleiding van uw kind’ op www.erasmusmc.nl. Deze informatie is bedoeld voor je ouder(s)/verzorger(s). Op https://www.youtube.com/user/erasmusmc kun je een film bekijken over een operatie of onderzoek onder anesthesie.

Opname
Meestal word je voor een pectus operatie ongeveer 5 dagen in het ziekenhuis opgenomen (kliniek kinderchirurgie). Op www.erasmusmc.nl lees je meer over een opname in het ziekenhuis.

Op de dag voor of de dag van de opname krijg je meestal een gesprek, een lichamelijk onderzoek en controles en nemen we bloed bij je af. De kinderfysiotherapeut en de pedagogisch hulpverlener komen bij je langs.

Bewegen
Je lichaam levert een grote prestatie bij deze operatie. Wanneer je conditie goed is, herstel je vaak sneller. Het is daarnaast belangrijk om verlies van spierkracht en conditie te voorkomen. Beweeg daarom voldoende voor en na de operatie. Denk daarbij aan buiten spelen, fietsen of sporten. Een longontsteking is een van de complicaties die voor kan komen na de operatie. Bewegen voor en na de operatie verkleint het risico hierop. Op de dag van de operatie is het belangrijk om al te starten met bewegen.

De kinderfysiotherapeut laat je van tevoren zien welke oefeningen je na de operatie moet doen:

De fysiotherapeut bespreekt ook de leefregels met je (zie verderop).

Over de operatie


Er zijn 2 verschillende operatietechnieken. De keuze van de techniek wordt meestal samen gemaakt met jou, je ouders en de kinderchirurg. De kinderchirurg is ook degene die de operatie doet.

Ravitchmethode


Bij de Ravitchmethode (meestal bij een kippenborst of bij een grote asymmetrie) maakt de chirurg het ribkraakbeen los van het borstbeen, om het borstbeen weer in de normale positie te kunnen zetten. Als de chirurg het borstbeen fixeert, dan gebeurt dit met een metalen plaatje onder de huid. Deze kan voor altijd blijven zitten. De ravitchmethode is een ingrijpende operatie waarbij de chirurg een incisie (snee) moet maken bij het borstbeen. Het litteken blijft zichtbaar.

Duur van de operatie
De operatie duurt ongeveer 3 tot 4 uur

Nuss bar-operatie


Bij de Nuss bar-operatie (alleen bij een redelijk symmetrische trechterborst) is aan beide kanten van de borstkas een kleine snee nodig voor het plaatsen van een metalen plaat (de Nuss bar). Hierbij gebruikt de chirurg een thorascoop, zodat hij de binnenkant van de borstkas kan bekijken. Hiervoor is aan de rechterkant een klein sneetje nodig van 5 mm. De metalen plaat wordt ingebracht, op maat gebogen en 180 graden gedraaid. De chirurg kan dit via de thorascoop zien op een monitor. De plaat duwt de borstkas vanuit de binnenkant in de juiste positie als een soort van beugel.

De metalen plaat wordt altijd na 3 jaar verwijderd. De borstkas kan dan zelf de nieuwe vorm vasthouden. Deze Nuss operatie is iets minder ingrijpend dan de Ravitch methode. Maar het blijft ook een grote operatie met risico’s. De littekens zijn kleiner. Een nadeel is dat een tweede operatie nodig is om de metalen plaat te verwijderen.

Het resultaat


Het resultaat hangt niet alleen af van de gekozen techniek, maar ook van de lichaamsbouw. De operatie corrigeert de afwijking voor een groot deel, maar je kunt geen perfect resultaat verwachten. De meeste patiënten zijn tevreden met het resultaat, ook op langere termijn.

Over de operatie


Verloop van de operatie


Wanneer je aan de beurt bent ga je naar de operatiekamer. De anesthesioloog brengt je in slaap (onder anesthesie). Meestal met medicijnen via een infuus. Soms met een kapje over je neus en mond. Eén van je ouder(s)/verzorger(s) mag mee tot je slaapt en is bij je als je weer wakker wordt in de uitslaapkamer.

Na de operatie


De anesthesioloog geeft aan wanneer je weer terug mag naar je kamer in het ziekenhuis. Een verpleegkundige haalt je op.

Eten en drinken
Na de operatie is het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Voor het genezen van de wond en voor het behouden/opbouwen van spierkracht en weerstand. Je herstelt sneller. Vooral eiwitten zijn belangrijk.

Wond
De wond is vaak afgeplakt met pleisters. Deze mogen er meestal in overleg met de kinderchirurg af. Na 48 uur mag je douchen.

Infusen, blaaskatheters en drains

Wij gebruiken zo min mogelijk infusen, drains en blaaskatheters.


Pijnbestrijding
Je herstel vaak sneller als je een goede pijnbehandeling krijgt. Het pijnteam probeert ervoor te zorgen dat je zo min mogelijk pijn hebt. De anesthesioloog bepaalt welke pijnstilling voor jou het beste is:


Wat kun je zelf doen?

Je kunt zelf ook veel doen tegen de pijn. Emoties beïnvloeden het gevoel van pijn. Je voelt meestal meer pijn, als je boos bent of je verveelt. Afleiding kan ook helpen. Neem bijvoorbeeld een mooi boek mee of speelgoed, zet een leuke app op je telefoon/tablet of luister naar je favoriete muziek. Ook anderen kunnen afleiding geven. Je ouder(s)/verzorger(s) of broers/zussen, maar ook een vriend of vriendin.

Na de operatie vragen we je al snel om uit bed te komen. Dat voelt soms wat onwennig, maar het zorgt er wel voor dat je sneller beter wordt. Het Pijnteam Sophia komt iedere dag vragen hoe het met je gaat en of ze nog iets aan de medicatie moeten veranderen.

Bewegen
Probeer na de operatie zo snel mogelijk weer te beginnen met bewegen en goed door te ademen. Het helpt hierbij om rechtop te zitten. Dit zorgt er ook voor dat je beter kunt hoesten. Bewegen is ook belangrijk om trombose (een verstopt bloedvat) te voorkomen. En het helpt bij het op gang komen van de ontlasting. Lukt het niet om je bed uit te komen omdat je pijn hebt, geeft dit dan duidelijk aan. Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten in bed en/of vraag hulp. Eventueel kan de kinderfysiotherapeut bij je langskomen.

Beweegschema:

Naar huis


Je mag naar huis als je:


De kinderchirurg, de fysiotherapeut, de verpleegkundig specialisten en kinderverpleegkundigen bepalen in overleg met je ouder(s)/verzorger(s) wanneer je naar huis mag. Meestal is dit na ongeveer een week. Voor ontslag neemt de fysiotherapeut de leefregels voor thuis nog een keer met je door. Je krijgt een afspraak mee voor controle op de polikliniek.

Weer thuis


Als je weer thuis bent heb je waarschijnlijk nog wel wat last. Hoeveel klachten je hebt na de operatie, hangt af van welke operatie je hebt gehad en hoe deze is gegaan. Maar ook van je conditie. Je voelt je waarschijnlijk nog een tijd moe. Wissel daarom activiteiten in de eerste dagen af met rust. En bouw je dagelijkse activiteiten rustig op.

Slapen
De eerste weken/maanden na de operatie is het lastiger om op je zij te liggen of te slapen. Probeer dit ook niet overhaast te doen. Na verloop van tijd lukt het weer zonder pijn en zonder je borstkas te forceren.

Leefregels


De eerste 4 tot 6 weken na de operatie:

Je mag geen:


Je mag wel:


Na 4 tot 6 weken kun je je dagelijkse bezigheden weer oppakken. Je mag ook weer gaan fietsen.

De eerste 3 maanden na de operatie:


Oppakken van sport
Wanneer de dagelijkse activiteiten, wandelen en fietsen weer gaan zoals je gewend bent, kun je weer beginnen met sporten en dit rustig opbouwen. Lukt dit niet alleen? Dan kan dit eventueel onder begeleiding van een fysiotherapeut bij jou in de buurt.

Vliegen
De metaaldetector op vliegvelden kan afgaan door de Nuss bar. Je kunt een kaartje krijgen van de kinderchirurg waarop staat dat je een medisch implantaat hebt.

Bijwerkingen en complicaties


Na iedere operatie kunnen complicaties ontstaan zoals een longontsteking of blaasontsteking. De belangrijkste complicaties na een pectus operatie zijn:


Wanneer contact opnemen?


Neem contact met ons op als je:

Bij problemen die niet te maken hebben met de operatie, kun je je huisarts bellen.

Heb je nog vragen?


Heb je na het lezen van de informatie nog vragen, stel ze dan gerust. Schrijf ze eventueel op, zodat je ze kunt stellen aan de kinderchirurg of verpleegkundige specialist als je in het ziekenhuis komt. Je kunt ook altijd een extra afspraak maken op de polikliniek.

Contact


Kliniek kinderchirurgie: (010) 703 61 84

Dagboek


dagherstel doelresultaat jaresultaat neebij nee, reden
dag voor operatielichamelijk onderzoek, lab afname, voorbereiding door
pedagogisch hulpverlener

normale voeding tot 8 uur voor de operatie
dag van de operatiehelder vloeibaar maximaal 100 ml per uur tot je voor operatie
moet

niets eten voor de operatie
geen maagsonde of wonddrain
morfinepomp PCA via je infuus
epidurale katheter via je rug
paracetamol 4 x per dag via je infuus
blaaskatheter
start helder drinken op de uitslaapkamer
licht dieet
als het lukt starten met bewegen volgens schema
dagherstel doelresultaat jaresultaat neebij nee, reden
1e
dag na de operatie
infuus afbouwen afhankelijk van wat je zelf drinkt
normale voeding opbouwen
starten/uitbreiden bewegen volgens schema
2e
dag na de operatie
uitbreiden bewegen volgens schema
douchen als dit lukt, eventueel met hulp van verpleegkundige
3e
dag na de operatie
uitbreiden bewegen volgens schema
4e
dag na de operatie
uitbreiden bewegen volgens schema
5e
dag na de operatie
uitbreiden bewegen volgens schema
ontslagje hebt ontlasting gehad
je verdraagt normaal eten
de pijn is onder controle met de huidige medicatie
je hebt geen koorts
de wond ziet er rustig uit
het bewegen gaat goed
er is een polikliniek afspraak gemaakt




Foldernummer: 0000607-04_19

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien