Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Neurochirurgie


Operatie kliniek neurochirurgie

Operatie kliniek neurochirurgie


Tijdens een gesprek met uw behandelend arts op de polikliniek is besproken dat u voor een operatie wordt opgenomen op de kliniek neurochirurgie. In deze folder leest u over de gang van zaken rondom deze operatie.

Dag van opname


Bij binnenkomst in het Erasmus MC schrijft u zich in bij de inschrijfbalie. Nadat u bent ingeschreven wordt u doorverwezen naar het medicatie-opnamegesprek van de apotheek om uw medicatie door te nemen. Ook als u geen medicatie gebruikt wordt u hier verwacht. Hierna kunt u zich melden op de kliniek neurochirurgie. Een verpleegkundige voert een opnamegesprek met u en beantwoordt uw vragen. Als u reeds op het Verpleegkundig Opname Spreekuur (VOS) bent geweest, worden alleen eventuele veranderingen in uw situatie aangepast. Er worden enkele controles gedaan zoals het opnemen van uw bloeddruk en temperatuur. Ook wordt er bloed bij u afgenomen.

Op de opnamedag ziet u een co-assistent en/of een arts-assistent die u een aantal vragen zal stellen en die bij u een aantal neurologische onderzoeken zal doen. Als u voor een operatie wordt opgenomen komt de anesthesist bij u langs om u te informeren over de anesthesie. Uw neurochirurg of een vervangend collega komt meestal de dag voor de operatie bij u langs om eventuele vragen te beantwoorden, tenzij u recent voor uw operatie nog op de polikliniek bent geweest.

Soms is voor de operatie nog een nieuwe MRI-scan of CT-scan nodig. Deze wordt dan op de dag van opname gemaakt.

Voorbereiding


Afhankelijk van welke operatie er bij u uitgevoerd zal worden, start u met medicatie.

Als uw operatie langere tijd gaat duren wordt Fraxiparine voorgeschreven. Fraxiparine is een antistollingsmiddel, wat ervoor zorgt dat het samenklonteren van bloed wordt verminderd. U krijgt Fraxiparine om de kans op trombose (verstopping van een ader) na de operatie te verminderen. Na de operatie bent u namelijk gemiddeld één tot drie dagen minder mobiel waardoor u een verhoogde kans op trombose heeft. Fraxiparine zal de avond voor de operatie voor het eerst worden toegediend, de verpleegkundige injecteert dit in uw buik of bovenbeen. Zodra u 3 uur per dag uit bed bent, wordt de Fraxiparine gestopt.

Soms, meestal bij operaties van hersentumoren, wordt het medicijn Dexamethason voorgeschreven. Dexamethason vermindert de vochtophoping in uw hersenen, die meestal wordt gezien rondom hersentumoren. De werking van Dexamethason begint binnen enkele uren na inname van de eerste tablet en houdt geruime tijd aan. Dexamethason heeft verschillende bijwerkingen, die vaker voorkomen bij een hogere dosis en langdurig gebruik: toename van de eetlust en gewicht, ontstaan van een bol gezicht, verminderde afweer tegen infecties en maagklachten. Ter voorkoming van maagklachten wordt bij het gebruik van een hoge dosering Dexamethason een maagbeschermer voorgeschreven. Stop nooit uit eigen beweging met Dexamethason of met de maagbeschermer en waarschuw bij maagklachten, koorts of algemene ziekteverschijnselen. Dexamethason wordt na de operatie afgebouwd volgens een schema dat u meekrijgt bij ontslag. Bij kortdurend gebruik zal de arts het na de operatie direct stoppen, in dit geval is afbouwen niet nodig.

Dag van de operatie


Afhankelijk van het tijdstip van de operatie moet u op de dag van de operatie vanaf 0.00 uur nuchter blijven (dat wil zeggen dat u niet meer mag eten en drinken). Wordt u later op de dag geopereerd, dan zal de verpleegkundige u vertellen vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Bij een operatie aan de schedel wordt het haar op de plaats waar de operatie uitgevoerd wordt op de operatietafel verwijderd door de neurochirurg. Het is belangrijk dat u eventuele nagellak of kunstnagels verwijderd heeft, zodat de bewakingsapparatuur, die op uw nagelbed geplaatst wordt, goed functioneert.

Omdat u tijdens de narcose niet zelf ademt en geen slijm uit uw longen kunt ophoesten, kunnen er rond een operatie gemakkelijk problemen met de longen ontstaan. Roken heeft een slechte in vloed op het functioneren van de longen rond een operatie en verhoogt daarmee de kans op het ontstaan van een longontsteking. Het is daarom verstandig om met het roken te stoppen. Hoe eerder u voor de operatie stopt met roken, des te beter is de conditie van uw longen rond de operatie.

De anesthesioloog maakt afspraken met u over het eventueel gebruik van een slaaptablet op de avond v óór de operatie en over het eventueel innemen van een rustgevend tabletje op de ochtend vóór de operatie. Als u medicatie gebuikt, zal de anesthesioloog beoordelen of u hiermee moet doorgaan of dat de medicatie tijdelijk gestaakt moet worden.

De operatie


Op de dag voor de operatie hoort u hoe laat de operatie gepland staat. Dit tijdstip kan op de dag zelf nog wijzigen als een eerdere operatie uitloopt of als er een spoedoperatie tussendoor komt. De verpleegkundige zorgt op de operatiedag dat u op tijd klaar bent voor de operatie. U krijgt een operatiejasje aan. Sieraden en eventuele protheses blijven op uw kamer.

Waardevolle spullen kunt u het beste thuis laten, maar kunnen eventueel achter slot worden bewaard.

Op de afgesproken tijd brengt de verpleegkundige u naar de wachtruimte bij de operatiekamers. Het kan zijn dat deze anesthesioloog een andere is dan u op de polikliniek heeft gesproken, maar ook deze anesthesioloog is volledig op de hoogte van uw situatie. U krijgt voor de operatie altijd een infuus. Verder wordt u aangesloten op een monitor, om onder andere uw hartslag en bloeddruk te bewaken. U wordt hierna in slaap gebracht, door middel van medicatie via het infuus. U krijgt tevoren een kapje op uw neus waardoor u ademt voor extra zuurstof. Zodra u onder narcose bent, plaatst de anesthesioloog via de mond een buisje in uw luchtpijp; via dit buisje wordt u aangesloten op het beademingsapparaat. Nadat u onder narcose bent gebracht, zal de anesthesioloog meestal een blaaskatheter inbrengen. Er wordt voor een blaaskatheter gekozen omdat u langere tijd niet zelf in staat bent om te plassen. Via een blaaskatheter kan de urine tijdens uw operatie aflopen. Omdat u dan al onder narcose bent, zult u van het plaatsen van deze katheter niets merken. Het anesthesieteam waakt tijdens de gehele operatie over u.

Na de operatie


Na de operatie gaat u niet altijd meteen terug naar de kliniek neurochirurgie, maar soms eerst naar een kliniek waar u intensief wordt bewaakt. Hier wordt, net als op de kliniek neurochirurgie, onder andere zeer regelmatig uw bewustzijn gecontroleerd, er wordt gekeken of u uw armen en benen goed kunt bewegen en of uw spraak in orde is. U bent aangesloten aan een monitor die continu uw hartslag en bloeddruk meet.

Is de verwachting dat de intensieve bewaking slechts voor één nacht nodig is, dan zult u naar de Post Anaesthesia Care Unit (PACU) gaan. Wordt verwacht dat de intensievebewaking meerdere dagen en nachten nodig zal zijn, dan zult u naar de kliniek Intensive Care (IC) gaan. De beslissing over waar u na de operatie naar toe gaat, wordt door de neurochirurgen en anesthesiologen in gezamenlijk overleg genomen. In principe wordt u hierover de dag voor de operatie geïnformeerd.

Het moment waarop de narcose wordt beëindigd kan verschillend zijn: soms wordt hetbeademingsbuisje op de operatiekamer verwijderd zodra de operatie klaar is. Soms is het nodig om de hersenen nog wat ‘rust te gunnen’ en wordt besloten om u na de operatie nog enige tijd onder narcose te houden en u op de PACU of IC wakker te laten worden. Dit hoeft beslist niet te betekenen dat er een complicatie is opgetreden.

Na de operatie heeft de operateur, als dit van tevoren met u is afgesproken, een gesprek met uw naaste(n), dit kan telefonisch of op de afdeling, waarin hij / zij kort het verloop van de operatie vertelt. Zodra u goed wakker bent zal een van onze artsen u zien en onderzoeken.

Het kan zijn dat u na de operatie wat hees bent en keelpijn heeft als gevolg van hetbeademingsbuisje. Ook kunt u last hebben van misselijkheid en braken, maar dit komt

tegenwoordig veel minder vaak voor dan vroeger. U kunt na de operatie tijdelijk wat problemen hebben met uw geheugen of uw concentratie. Dit komt niet alleen door de narcose, maar heeft ook te maken met de invloed die een operatie in zijn algemeenheid heeft op de functies van lichaam en geest. De eerste 24 uur na de operatie zullen zeer regelmatig ‘neuro-controles’ uitgevoerd worden. Bij deze controles wordt uw bewustzijn getest en kijkt de verpleegkundige of u alles nog goed kunt bewegen. Ook zal er met een lampje in uw ogen geschenen worden om te kijken of uw pupillen reageren op licht. Zodra uw toestand het toelaat, wordt u teruggebracht naar de kliniek neurochirurgie.

Terug op de kliniek


Eenmaal teruggekeerd op de kliniek neurochirurgie zal er allereerst gekeken worden naar uw algehele conditie. Als u niet misselijk bent en/of inmiddels zelf wat gegeten en gedronken heeft, koppelt de verpleegkundige uw infuus af. Mogelijk blijft het infuus nog even zitten, soms voor de zekerheid, soms vanwege een MRI-scan die ter controle na de operatie plaatsvindt.

De herstelperiode


Zodra uw lichamelijke toestand het toelaat mag u uit bed, meestal mag dit dezelfde avond nog of de dag na de operatie. Als u mag gaan mobiliseren, wordt ook de blaaskatheter verwijderd. Belangrijk is dat u hierna weer spontaan plast. Wanneer u TED -kousen heeft om trombose te voorkomen, dan mogen de kousen weer uit als u voldoende mobiel bent. U bent voldoende mobiel als u 3 uur per dag uit bed kunt zijn.De wond zal dagelijks door de verpleegkundige bekeken en verbonden worden. Afhankelijk van de genezing van de wond, worden de hechtingen of agraves na 10 dagen verwijderd. Dit gebeurt meestal bij uw huisarts.

Ontslag


Als het herstel probleemloos verloopt, kunt u na een aantal dagen naar huis. Gemiddeld duurt een opname op de kliniek neurochirurgie drie dagen.

Mocht er sprake zijn van complicaties of andere problemen, dan zal de opname langer duren en kan het zijn dat u niet direct vanuit het ziekenhuis naar huis gaat:


Bij uw ontslag krijgt u een afspraak voor de polikliniek mee. Meestal is dit zeven weken na opname.

Als er bij u een tumor is verwijderd dan heeft er een weefselonderzoek plaatsgevonden, waarvoor na ongeveer een week de uitslag volgt. Is de uitslag bekend voordat u naar huis mag, dan wordt de uitslag op de kliniek met u besproken. U krijgt dan nog een polikliniek afspraak mee voor na ongeveer 7 weken. Als de uitslag nog niet bekend is, krijgt u hiervoor een polikliniek afspraak op korte termijn. Ook komt u daarnaast na ongeveer 7 weken terug op de polikliniek. De dienstdoend arts of physician assistent informeert uw huisarts schriftelijk over uw behandeling in het ziekenhuis en uw gezondheidstoestand op het moment van ontslag.

Na ontslag


In de periode na uw ontslag uit het ziekenhuis tot aan de eerste poliklinische controle, is het van belang dat u weet wat u kunt verwachten en waar u rekening mee moet houden. Ontslag betekent nog niet dat u volledig hersteld bent. Allereerst zult u lichamelijk weer op krachten moeten komen. Belangrijk is om er een regelmatig leefpatroon op na te houden en goed te luisteren naar uw lichaam. Voordat u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, geeft de dienstdoend arts of physician assistent u informatie over mogelijke klachten die kunnen optreden als gevolg van de operatie. Deze mogelijke klachten én specifieke adviezen voor thuis vindt u terug in de informatiefolder over het ziektebeeld wat op u van toepassing is.

Nazorg


De poliklinische nazorg is onder andere afhankelijk van het soort operatie, en indien er een tumor is verwijderd, van de uitslag van het weefselonderzoek en de nabehandeling. Als er geen nabehandeling volgt, worden met u afspraken gemaakt over de poliklinische controles en eventuele scans ter controle, afhankelijk van uw ziektebeeld.Het zal de nodige tijd kosten om uw ziekte en de gevolgen daarvan te verwerken. Het uitwisselen van ervaringen met patiënten en directe naasten die in een vergelijkbare situatie verkeren kan daarbij een steun zijn. Dit is mogelijk via patiëntenverenigingen.

Deze verenigingen brengen lotgenoten en hun directe naaste(n) samen, geven u emotioneel een steuntje in de rug, verzorgen voorlichtingen en bieden praktische adviezen.Emotionele problemen kunnen niet alleen ontstaan door het verwerkingsproces, maar bij bijvoorbeeld een hersentumor kan een verminderde hersenfunctie ook storingen in het emotionele en/of in het denkvermogen teweeg brengen. Hierdoor kunnen misverstanden ontstaan die tot extra spanningen leiden tussen de patiënt en de mensen in zijn of haar omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen die dicht bij u staat, zo volledig mogelijk is ingelicht over de veranderingen die een ziekte en/of hersentumor teweeg kunnen brengen. Wilt u extra informatie hierover of begeleiding, dan kunt u contact opnemen met ons verpleegkundig spreekuur (zie telefoonnummer onder “vragen”). Deze verpleegkundige kan indien nodig een afspraak regelen met onze nurse practitioner of met een medisch maatschappelijk werker van het ziekenhuis.

Vragen?


Mochten er tijdens de periode tussen uw polikliniek bezoek en uw opname vragen zijn over bijvoorbeeld de opname, operatie en dergelijke of als uw situatie verslechtert, dan kunt u contact met ons opnemen:





Foldernummer: 0000446-03_16


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien