Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


Nierdrainage

Nierdrainage


Bij een nierdrainage brengen wij door de huid (percutaan) een slangetje (drain) in de nier. Hierdoor wordt uw gestuwde nier ontlast. Stuwing in de nier ontstaat doordat urine niet vanuit de nier naar de blaas kan. Er blijft te veel urine in de nier. Hierdoor kan de nier niet goed werken en bovendien kan het pijnlijk zijn. Daarom plaatsen wij een uitwendig slangetje, zodat de urine in een zakje kan lopen. Een nierdrainage wordt ook gedaan als hulpmiddel voorafgaande aan een niersteenverwijdering. Het slangetje is dan de toegangsweg die de uroloog nodig heeft om bij de niersteen te komen.

Voorbereiding


Licht ontbijt
Op de dag van het onderzoek mag u uitsluitend een licht ontbijt gebruiken: een kopje thee met een beschuitje als het onderzoek ’s ochtends plaatsvindt en een lichte lunch als het onderzoek 's middags plaatsvindt.

Voor vrouwen (zwangerschap, borstvoeding en dergelijke)
Röntgenonderzoek kan beter niet worden gedaan als (de kans bestaat dat) u zwanger bent. Bij twijfel moet de behandeling plaatsvinden gedaan binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie. Verander zo nodig uw afspraak. Intraveneus (direct in de ader) toegediende röntgencontrastmiddelen (met jodium) komen in zeer kleine hoeveelheden in de moedermelk, maar worden niet opgenomen door het maagdamkanaal van de baby. U kunt daarom borstvoeding blijven geven. Wilt u blootstelling helemaal voorkomen, stop dan na de toediening 24 uur met het geven van borstvoeding.

Contrastvloeistof
In de contrastvloeistof zit een jodiumverbinding. Jodiumhoudende stoffen kunnen een allergische reactie veroorzaken bij mensen die hiervoor overgevoelig zijn. Bent u overgevoelig voor deze stoffen? Bespreek dit dan met uw behandelend specialist. Wilt u het ook voor de behandeling zeggen tegen de laborant(e) of radioloog?

Kleding
Omdat er gewerkt wordt in een steriele omgeving is het noodzakelijk dat u in schone (gewassen) kleding naar de onderzoekskamer komt. Ook is het handig als de kleding comfortabel en niet te strak zit.


Over de behandeling


Verloop van de behandeling


In de kamer ligt u op een röntgentafel. Als er een drain wordt geplaatst in uw eigen nier, moet u op uw buik gaan liggen. Bij een drainplaatsing in een transplantatie nier mag u op uw rug liggen. Wij kijken eerst met echografie (geluidsgolven) hoe de nier eruitziet en waar de nier het beste kan worden aangeprikt. Daarna desinfecteren (reinigen met alcohol) wij uw huid en wordt u met steriele doeken toegedekt. De radioloog geeft u eerst een prik voor de plaatselijke verdoving, dit kan gevoelig zijn. Hierna wordt aan de hand van het echobeeld de nier aangeprikt. Het is belangrijk dat u dan zo stil en rustig mogelijk blijft liggen. De radioloog kan u vragen uw adem in te houden. De prikopening wordt iets opgerekt zodat het slangetje naar binnen kan worden gebracht. Dit laatste gebeurt met röntgendoorlichting. Wanneer het slangetje op de juiste plaats ligt, wordt deze met een hechting vastgezet aan de huid en afgeplakt met een pleister. U heeft nu een slangetje dat door de huid naar buiten komt met een opvangzakje voor de urine.



Na de behandeling


Nazorg en controles


Als u weer op uw kamer bent mag u, in overleg met de arts, weer normaal eten en drinken. Bedrust is niet noodzakelijk. Wanneer er geen urine meer in het opvangzakje komt, kan dat betekenen dat het slangetje verstopt zit. Waarschuw dan zo snel mogelijk de dienstdoend arts. Deze kan bekijken of er iets aan de drain moet worden veranderd.

Leefregels
Met het slangetje kunt u normaal bewegen en onder de douche gaan.

Bijwerkingen en complicaties


Bij iedere punctie bestaat een kleine kans op een bloeding, die is meestal zo gering dat u daar weinig tot geen last van heeft. De urine die in het zakje loopt, kan in het begin wat bloederig zijn. Hierover hoeft u zich niet ongerust te maken.

Wanneer contact opnemen?


Wanneer u thuis problemen krijgt met de drain (bijvoorbeeld wanneer er geen urine meer in het opvangzakje loopt, u pijn krijgt of de hechting losraakt), neemt u dan contact op met de polikliniek radiologie. U wordt doorverbonden met de physician assistent van interventie radiologie. Bij spoed buiten kantoortijden belt u naar het algemeen nummer van het Erasmus MC en vraagt u naar de dienstdoende radioloog.

Contact


Polikliniek radiologie (van 08.00 - 16.30 uur) (010) 704 20 06. Algemeen nummer Erasmus MC (010) 704 0 704.


Foldernummer: 580388611_19


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien