Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Chirurgie


Nierdonatie bij leven

Nierdonatie bij leven


U bent goedgekeurd als potentiële donor. In deze folder leest u over de gang van zaken bij een nierdonatie.

Dag van opname


We verzoeken u alle medicatie en een uitdraai van de apotheek die niet ouder is dan twee weken, mee te nemen bij opname. Nadat u het verpleegkundig spreekuur op de polikliniek hebt bezocht, wordt er een tijdstip afgesproken wanneer u wordt opgenomen. Doorgaans is dit de middag voor de operatie om 14.00 uur. Ter voorbereiding op de operatie wordt er bloed afgenomen en uw bloeddruk, hartritme en temperatuur gemeten. Als er op de polikliniek nog geen opnamegesprek met een verpleegkundige heeft plaatsgevonden, vindt dit op de verpleegafdeling plaats. Om inzicht te hebben in de medicijninname, verstrekt de verpleegkundige alle medicijnen. Om trombose te voorkomen krijgt u tijdens de opname dagelijks een injectie Fraxiparine. De avond voor de operatie wordt om 22:00 uur een infuus aangesloten. De volgende mensen zullen u bezoeken:

Voor de operatie


De dag van operatie bent u vanaf 0:00 uur nuchter dat wil zeggen dat u niet mag eten, drinken en roken. Voorgeschreven medicatie door de zaalarts/anesthesioloog mag u in overleg innemen met een slokje water. Voor de operatie plaatsvindt, krijgt u op de unit een operatiejasje en kousen aan. U moet alle sieraden afdoen en een eventuele gebitsprothese uitnemen. Als nierdonor bent u ‘s ochtends als eerste aan de beurt voor de operatie.

Na de operatie


Zodra de operatie afgerond is neemt de chirurg contact op met uw eerste contactpersoon.De chirurg vertelt over het verloop van de operatie. Na de operatie blijft u een aantal uur op de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent, wordt u opgehaald door een verpleegkundige en naar de verpleegafdeling gebracht. U heeft tijdens de operatie een blaaskatheter gekregen waardoor de urine afloopt. Deze wordt de volgende ochtend verwijderd. U heeft een infuus en morfinepomp. Zodra u voldoende eet en drinkt en minder pijn heeft worden deze verwijderd. De verpleegkundig specialist transplantatiechirurgie loopt elke ochtend visite en houdt u op de hoogte van de bloeduitslagen, de wondgenezing en het verloop van uw herstel. Het operatieverband wordt de tweede dag na de operatie verwijderd.


Ontslag


Over het algemeen voelen donoren zich na een dag of drie weer fit genoeg om naar huis te gaan. Indien het eten, drinken en urineren goed gaat en de bloedwaarden goed zijn, mag u met ontslag. De verpleegkundig specialist transplantatiechirurgie bespreekt de ontslagdatum met u. Bij ontslag krijgt u een telefonische afspraak mee voor de polikliniek chirurgie. Indien u nog pijnmedicatie nodig heeft, kunt u paracetamol gebruiken. In overleg met de verpleegkundig specialist transplantatiechirurgie kunnen er extra pijnstillers voor thuis worden voorgeschreven. Het wordt afgeraden medicijnen die tot de groep 'NSAID' (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs) behoren te gebruiken. Hieronder vallen onder andere Ibuprofen, Aleve & Voltaren. Deze medicijnen kunnen een schadelijk effect hebben op de nier.

Weer thuis


Eenmaal weer thuis zult u merken dat er veel op u afkomt, neem op tijd rust. De dagen,weken en maanden na een nierdonatie kunnen een emotionele tijd zijn. U heeft ergens naar toegeleefd en dat is nu voorbij. Misschien gaat het herstel langzamer of heeft de operatie meer invloed op u dan verwacht . Hierover kunt u altijd contact opnemen met de verpleegkundig specialist transplantatiechirurgie of het medisch maatschappelijk werk.

Ontslaginstructies


Op de dag van ontslag bespreekt de verpleegkundig specialist transplantatiechirurgie de ‘ontslaginstructies’ met u. Deze instructies bevatten tips en belangrijke informatie voor in de thuissituatie. Uw huisarts en u ontvangen een kopie van deze instructies, zodat u deze kunt nalezen en bespreken met uw familie en naasten.

Polikliniek controles


Na zes weken komt u ter controle op de polikliniek chirurgie bij de verpleegkundig specialist transplantatiechirurgie of de transplantatiechirurg. Na drie maanden komt u ter controle bij de verpleegkundig specialist niertransplantatie. Daarna komt u jaarlijks tercontrole bij de verpleegkundig specialist niertransplantatie. De nierfunctie en bloeddruk zullen worden gecontroleerd.

Vragen


Voor medische vragen na de operatie kunt u terecht bij de verpleegkundig specialist Transplantatiechirurgie, Kelly Muller (ma, di, woe, vrij) 06 81524289. U kunt de verpleegkundig specialist ook altijd e-mailen als u vragen heeft vs.transplantatiechirurgie@erasmusmc.nl

Voor informatie en vragen over de donatie kunt u terecht bij een niertransplantatiecoördinator. Zij geven voorlichting over nierdonatie bij leven: Sandra Middel (010) 703 06 86, Willij Zuidema (altruïstische nierdonoren) (010) 703 01 25, e-mail w.zuidema@erasmusmc.nl, coordinatoren.niertransplantatie@erasmusmc.nl

Met vragen over afspraken kunt u terecht bij het secretariaat van de afdeling Chirurgie (010) 703 12 05 , e-mail poli.heelkunde@erasmusmc.nl


Foldernummer: 5590772-05_17


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien