Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Plastische chirurgie


Neusreconstructie met een voorhoofdslap

Neusreconstructie met een voorhoofdslap


Nadat de dermatoloog bij u de huidtumor van uw neus heeft verwijderd, kan het nodig zijn dat de plastisch chirurg de wond die is ontstaan sluit. Er bestaan verschillende reconstructiemethoden, van eenvoudig tot complex. De informatie hieronder gaat specifiek over de neusreconstructie met behulp van een voorhoofdslap. Voor deze reconstructie zijn vaak 3 (soms 4) operaties nodig.

Over huidtumoren


De meeste huidtumoren in het gezicht ontstaan op de neus. Bij de neus zijn de huid, het kraakbeenskelet en de inwendige slijmvliezen stug en onbeweeglijk. Daardoor kan het verwijderen van een kleine huidtumor al grote gevolgen hebben. Wonden van meer dan 1,5 cm kunnen niet meer simpel worden gesloten door wondranden naar elkaar toe dicht te hechten, door een huidtransplantaat of verplaatsing van huid van de neus. In deze gevallen is meestal verplaatsing van huid van het voorhoofd (voorhoofdslap) noodzakelijk voor een cosmetisch en functioneel goed eindresultaat.

Over de operatie


Bij een neusreconstructie met een voorhoofdslap zijn vaak 3 (soms 4) ingrepen nodig om tot een goed eindresultaat te komen. Tussen elke ingreep zit elke keer 3 à 6 weken.

De eerste ingreep


Tijdens de eerste ingreep verplaatsen we huid van het voorhoofd naar de neus. Zo reconstrueren we de uitwendige huid, en zo nodig de binnenkant van de neus. Deze voorhoofdslap blijft enkele weken deels aan het voorhoofd vastzitten voor een goede doorbloeding van het weefsel. Dit noemen wij de (vaat)steel of ook wel eens ‘slurf’. Soms gebruiken we ook stukjes kraakbeen van de oorschelpen of ribben om het kraakbeenskelet van de neus (neusvleugel) te reconstrueren.

De wond die op het voorhoofd is ontstaan, kan meestal niet helemaal worden dicht gehecht. Deze wond geneest spontaan met behulp van lokale wondzorg in de 2 maanden na de ingreep. Na de eerste ingreep blijft u een nacht op onze verpleegafdeling.

voorhoofdslap visuele weergave 1e operatie
Illustratie: voorhoofdslap na de eerste operatie

De tweede en derde ingreep


Tijdens de tweede ingreep maken we de voorhoofdslap los van de neus en dunnen we deze uit voor een beter contour van de neus. Soms voegen we opnieuw stukjes kraakbeen toe om het kraakbeenskelet te ondersteunen. Tijdens de derde ingreep nemen we de verbinding (vaatsteel) van de voorhoofdslap naar het voorhoofd door. Ook dunnen we de voorhoofdslap verder uit en hechten we het in de neus.

Voorhoofdslap na tweede of derde operatie
Illustratie: voorhoofdslap na de tweede of derde operatie
resultaat van de operaties bij patiënt

Naar huis


Medicatie


Als u weer thuis bent, gaat u verder met de volgende medicijnen:

Stap 1Stap 2Stap 3

Afbouwen


Zodra de pijn dragelijk is, begint u met het afbouwen van de pijnstillers. Afhankelijk van uw pijnklachten, doet u dat naar eigen inzicht. U bouwt eerst de pijnstillers van stap 3 af, daarna die van stap 2 en als laatste de pijnstillers van stap 1.

Afbouwen van de pijnstillers Oxycontin en Oxynorm


Afbouwen van de pijnstiller Naproxen
Afbouwen van de pijnstiller Paracetamol

Leefregels


Let op: deze regels kunnen afwijken. Mocht dit het geval zijn, dan hoort u dat van de plastisch chirurg of verpleegkundig specialist.

Wondzorg


Na de eerste operatie moet de wond of moeten de wonden dagelijks verzorgd worden. Hiervoor vragen wij thuiszorg aan voor u. Ook bestellen we de benodigde wondmaterialen voor u.

Slurf of vaatsteel
Wond op het voorhoofd
Verzorg de wond dagelijks met een gel (Purilon). Dek de wond af met een gaas.

Bijwerkingen & complicaties


Kort na de operatie


Ernstige complicaties, die leiden tot een nieuwe operatie of een duidelijk slechter eindresultaat, komen niet vaak voor. Ernstige complicaties zijn:

Milde complicaties komen wel af en toe voor. Milde complicaties zijn complicaties die we kunnen behandelen met goede wondzorg, zoals een minder goede genezing van de wond of een milde infectie van de wond.

Risicofactoren


Roken rondom de ingreep verhoogt de kans op complicaties aanzienlijk. Wij raden u daarom aan om niet te roken vanaf 6 weken voor de eerste ingreep tot 6 weken na de laatste ingreep. Andere risicofactoren voor een minder goede wondgenezing zijn onder andere: eerdere bestralingen, suikerziekte en gebruik van prednison.

Wanneer contact opnemen?


Neem bij de volgende klachten contact op met de polikliniek plastische chirurgie:

Contact



Foldernummer: 0000724-10_20


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien