Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiotherapie


Inwendige bestraling (HDR) van de baarmoeder

Inwendige bestraling (HDR) van de baarmoeder


Bij inwendige bestraling (HDR) krijgt u korte tijd veel straling toegediend via een kleine stralingsbron dicht bij of in de tumor. Hierdoor kunnen we omliggende organen veel beter sparen en krijgt de tumor een veel hogere dosis bestraling. We kunnen alleen kleine tumoren behandelen met deze methode.

Voorbereiding


De avond vóór de behandeling krijgt u een klysma. Dat wil zeggen dat er een vloeistof, via de anus, in de darmen wordt gespoten die ervoor zorgt dat de darmen leeg zijn. Ook scheren wij om hygiënische redenen de schaamstreek.

Over de behandeling


Wat we gaan doen


U krijgt een inwendige bestraling van de baarmoederhals (cervix). Meestal krijgt u drie keer een inwendige bestraling van de baarmoederhals. Tussen de behandelingen zit steeds ongeveer één week. Per keer komt u voor een opname van één tot twee dagen naar het ziekenhuis.

Wat is inwendige bestraling (HDR)?
HDR staat voor "High Dose Rate" en betekent letterlijk "Hoog Dosis Tempo". Dit is een kortdurende inwendige bestraling van een hoog stralingsniveau. Vaak krijgen patiënten naast inwendige bestraling ook nog uitwendige bestraling.

Wat is het doel?

Het doel van inwendige bestraling is het doen verdwijnen van de tumor.

Verloop van de behandeling


De inwendige bestraling vindt plaats op de afdeling brachytherapie. U krijgt een ruggenprik (spinale verdoving).

Buisjes

De radiotherapeut brengt bij u via de vagina drie buisjes in.
Eén buisje (de intra) komt in de baarmoederhals.
De andere twee, met aan het uiteinde twee eivormige bolletjes (ovoïden), komen tegen de baarmoederhals te liggen (zie tekening).


Voor de tweede en derde inwendige bestraling kan het zijn dat de radiotherapeut besluit extra bestralingsbuisjes in te brengen. Deze worden gebruikt om de bestraling optimaal te richten, maar zijn niet altijd noodzakelijk. Alle buisjes steken via de vagina naar buiten en worden later gebruikt om de bestralingsbron in te brengen. Het inbrengen van de buisjes duurt ongeveer 45 minuten. Ook krijgt u een blaaskatheter. Deze blijft zitten tot de inwendige bestraling is afgerond.

MRI-scan
Nadat alles is ingebracht, maken we een MRI-scan (of in sommige gevallen een CT-scan) om te zien of het ingebrachte materiaal goed zit. Deze MRI-scan duurt ongeveer 45 minuten. Ook maken medewerkers de voor de bestraling noodzakelijke berekeningen. Omdat het wat tijd kost om deze berekeningen te maken, gaat u na de scan tijdelijk naar de verpleegafdeling terug.

De inwendige bestraling
Als alle genoemde voorbereidingen zijn getroffen komt u terug op de afdeling Brachytherapie. De buisjes worden aangesloten op het bestralingsapparaat en de bestraling kan beginnen. De bestraling duurt ongeveer 15 tot 25 minuten. Tijdens de bestraling bent alleen in de kamer. De medewerkers kunnen u via een camera volgen.
Zodra de bestralingsperiode voorbij is, gaat de radioactieve bron automatisch terug in de kluis van het bestralingsapparaat. Vanaf dat moment is er geen straling meer in uw lichaam en ook niet in de kamer. Het ingebrachte materiaal wordt nu weer verwijderd. Dit duurt enkele minuten.

Pijnstillers

Het kan zijn dat de verdoving van de ruggenprik wat is uitgewerkt voordat u de bestraling krijgt. U kunt u op de verpleegafdeling vragen om extra pijnstilling als u merkt dat de verdoving uitgewerkt raakt en het gebied gevoelig wordt.

De gehele behandeling van het inbrengen tot aan het verwijderen van de materialen neemt ongeveer de hele dag in beslag.

Na de behandeling


Na de behandeling gaat u terug naar de verpleegafdeling. In principe kunt u 's avonds weer naar huis zodra u zelfstandig naar het toilet bent geweest om te plassen. Waarschijnlijk is voor u een tweede en derde inwendige bestraling afgesproken, met een week tussen de afspraken. Deze bestraling verloopt op dezelfde manier als de eerste inwendige bestraling.

Nazorg en controles


Vervolgafspraken
Vier weken na de bestraling heeft u een afspraak met de radiotherapeut voor nacontrole van de bestraling. Zes weken na de behandeling heeft u een afspraak met de gynaecoloog die het resultaat van de behandeling met u zal bespreken.

Bijwerkingen en complicaties


Na de behandeling thuis


U kunt door de behandeling:
Deze klachten zijn niet verontrustend, maar horen bij de behandeling. Per persoon kunnen de klachten verschillen. Overlegt u met uw arts wat u kunt verwachten en wanneer u contact moet opnemen met uw radiotherapeut of huisarts. Bijvoorbeeld bij hinderlijke klachten of klachten die niet verdwijnen.

Het slijmvlies van de vagina wordt door de inwendige bestraling stugger en droger. Hierdoor kunnen verklevingen ontstaan. Dit kan hinderlijk zijn bij het inwendig onderzoek en bij het hebben van seksueel contact/ gemeenschap met uw partner. Twee weken na afloop van uw behandeling heeft u een afspraak met de verpleegkundig specialist. Deze zal u hierover meer informatie geven.

Contact


Heeft u nog vragen over de behandeling? Stelt u die dan gerust aan uw behandelend arts of de radiotherapeutisch laborant van Brachytherapie. Heeft u vragen over uw opname? Neemt u dan contact op met de verpleegkundige van de verpleegafdeling, telefoon (010) 704 12 31.






Foldernummer: 0000370-05_18


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien