Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


Intraveneus Pyelogram (IVP)

Intraveneus Pyelogram (IVP)


Een IVP is een onderzoek om eventuele afwijkingen aan de nieren, urinewegen en blaas aan te tonen. U kunt hierbij denken aan nierstenen of aan een vernauwing van de urineleider. Omdat de nieren, urineleiders en blaas niet goed zichtbaar zijn op röntgenfoto's, wordt er gebruik gemaakt van een contrastvloeistof. Deze contrastvloeistof wordt in een ader in uw arm gespoten. Via het bloed komt dit contrastmiddel in de nieren terecht, waardoor deze zichtbaar worden op een röntgenfoto. Via de nieren en de urineleiders gaat het contrast-middel uiteindelijk naar de blaas, waarna u het weer uitplast. Door steeds foto's te maken kunnen we de weg volgen die de contrastvloeistof aflegt.

Voorbereiding


Eten en drinken
Om goede foto's te maken is het belangrijk dat uw darmen leeg zijn. U krijgt daarom een dieetvoorschrift mee en een laxeermiddel. De dag vóór het onderzoek begint u met het dieet.

Voor vrouwen (zwangerschap, borstvoeding e.d.)
Röntgenonderzoek kan beter niet worden gedaan als (de kans bestaat dat) u zwanger bent. Bij twijfel moet het onderzoek worden gedaan binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie. Verander zo nodig uw afspraak. Intraveneus (direct in de ader) toegediende röntgencontrastmiddelen (met jodium) komen in zeer kleine hoeveelheden in de moedermelk, maar worden niet opgenomen door het maagdamkanaal van de baby. U kunt daarom borstvoeding blijven geven. Wilt u blootstelling helemaal voorkomen, stop dan na de toediening 24 uur met het geven van borstvoeding.

Contrastvloeistof
In de contrastvloeistof zit een jodiumverbinding. Jodiumhoudende stoffen kunnen een allergische reactie veroorzaken bij mensen die hiervoor overgevoelig zijn. Bent u overgevoelig voor deze stoffen? Bespreek dit dan met uw behandelend specialist. Wilt u het ook voor het onderzoek zeggen tegen de laborant(e) of radioloog? Om er voor te zorgen dat de contrastvloeistof niet verdund wordt door urine vragen wij u vlak voor het onderzoek naar het toilet gaan.

Over dit onderzoek


Verloop van het onderzoek


U moet zich voor het onderzoek helemaal uitkleden en u krijgt een jasje aan van het ziekenhuis aan. U ligt tijdens het onderzoek op uw rug op een onderzoektafel. Boven deze tafel hangt de röntgenbuis. Dit is het apparaat waarmee de foto's gemaakt worden. Het röntgenapparaat kan alle kanten op bewegen zodat u zelf stil op de tafel kunt blijven liggen. Eerst maakt de laborant een foto zonder dat de contrastvloeistof is ingespoten. Daarna spuit de radioloog het contrastmiddel in een ader in uw arm. Dan maakt de laborant om de paar minuten foto's om het contrast te volgen. Tijdens het maken van de foto's moet u steeds even uw adem inhouden. De laborant(e) of de radioloog geeft dit ruim van te voren aan. Soms krijgt u een brede band om uw buik. Deze band houdt het contrast wat langer vast in de nieren. Dit is nodig wanneer het contrastmiddel te snel de nieren uitloopt en de radioloog nog meer foto's wil maken. Het is meestal een onaangenaam gevoel omdat deze band strak om het lichaam komt te zitten, maar dit duurt niet lang. Ook kan u gevraagd worden om op de buik te gaan liggen. Het kan zijn dat u gevraagd wordt aan het eind van het onderzoek opnieuw te plassen. Daarna wordt er nog een foto van de blaas gemaakt.

Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer een uur.

Na het onderzoek


Eten en drinken
Na het onderzoek mag u weer alles eten en drinken. Het is belangrijk dat u tot twee dagen na de contrasttoediening veel drinkt om zo snel mogelijk de contrastvloeistof uit te kunnen plassen.

De uitslag


De radioloog kan u de uitslag meestal niet gelijk geven. Later op de dag bestuderen we de foto’s en vergelijken we ze met eventuele vorige onderzoeken. De radioloog maakt vervolgens een verslag voor uw behandelend arts. Hij of zij zal de uitslag met u bespreken.

Contact


Polikliniek radiologie (van 08.00 - 16.30 uur) (010) 704 20 06. Algemeen nummer Erasmus MC (010) 704 0 704.



Foldernummer: 5639469-11_19


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien