Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Gynaecologische Oncologie


HIPEC bij eierstokkanker

HIPEC bij eierstokkanker


De HIPEC (Hypertherme IntraPEritoneale Chemotherapie) behandeling is een combinatie van debulkingsoperatie en in de buik spoelen met chemotherapie voor (onder andere) patiënten met in de buik uitgezaaide eierstokkanker. Wij willen u erop wijzen dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Wat is de HIPEC behandeling


De HIPEC behandeling is een behandeling waarbij in de buik gespoeld wordt met verwarmde chemotherapie, aansluitend aan de debulkingsoperatie waarbij de gynaecologisch oncoloog alle zichtbare kankercellen en aangetaste delen van het buikvlies verwijderd. Deze behandeling wordt onder andere toegepast bij geselecteerde patiënten met in de buik uitgezaaide eierstokkanker. Het doel is dat de (niet) zichtbare kankercellen vernietigd worden. Door de buikholte te spoelen met chemotherapie komt de chemotherapie direct in contact met de kankercellen en het effect wordt vergroot door de chemotherapie te verwarmen. Doordat het lokaal wordt toegediend komt er minder chemotherapie in de bloedbaan en is er weinig schade aan andere organen.
Het chemotherapie middel waarmee gespoeld wordt heet cisplatinum. Dit middel kan schade aan de nieren geven, daarom wordt er tijdens de operatie een geneesmiddel aan u toegediend om de nieren te beschermen. Door het geven van de HIPEC behandeling wordt de operatie langer en zwaarder, vergeleken met alleen de debulkingsoperatie. Daarnaast is er een verhoogd risico op complicaties en het krijgen van een stoma.

Wie komen er in aanmerking
Patiënten met eierstokkanker in stadium III komen in aanmerking, wanneer zij eerst succesvol chemotherapie ondergaan. Daarnaast vindt individuele beoordeling plaats waarin wordt bepaald of een patiënte in staat is deze behandeling te ondergaan. Dit is onder andere afhankelijk van de conditie, medische voorgeschiedenis en andere aandoeningen. Deze beoordeling vindt op twee momenten plaats, namelijk aan het begin van de behandeling (rond de eerste en na de derde paclitaxel/carboplatin kuur).

Voorbereiding


Beoordeling gynaecologisch oncoloog
De gynaecologisch oncoloog heeft een gesprek met u waarin uw gezondheid zowel lichamelijk als mentaal, de ziekte en andere bijzonderheden worden besproken. Ook wordt lichamelijk en gynaecologisch onderzoek bij u uitgevoerd. Deze uitkomsten zijn belangrijk, om na 3 kuren te kunnen beoordelen hoe u de kuren heeft doorstaan en de ziekte hierop heeft gereageerd.

U heeft ook onderzoeken gehad, onder andere bloedafnames, een CT-scan van uw buik en longen en een biopsie (punctie waarbij weefsel van de kanker afgenomen). Hieruit is gebleken dat u eierstokkanker heeft in vermoedelijk stadium III. De HIPEC behandeling is zinvol gebleken bij stadium III eierstokkanker, wat betekent dat er geen kankercellen buiten de buik zijn en de kankercellen volledig of bijna volledig weggehaald kunnen worden tijdens de debulkingsoperatie. Bij stadium IV zijn er kankercellen buiten de buikholte en is het nut van het geven van de HIPEC behandeling nog niet bekend.

Beoordeling internist oncoloog
De internist oncoloog heeft ook een gesprek met u waarin uw gezondheid, de ziekte en andere bijzonderheden worden besproken. U krijgt een lichamelijk onderzoek, waarbij ook wordt gelet op bijzonderheden voor de chemotherapie. Daarnaast worden ook deze uitkomsten gebruikt om u na drie kuren te beoordelen. De chemotherapie wordt gegeven in het ziekenhuis waar de diagnose bij u is gesteld.

Gesprek verpleegkundig specialist gynaecologische oncologie

De verpleegkundig specialist gynaecologische oncologie informeert u over het behandeltraject, waarbij u mogelijk in aanmerking komt voor de HIPEC operatie. Zij vertelt u hoe de beoordeling na drie kuren plaatsvindt en wat u kunt verwachten van de HIPEC. Tijdens het behandeltraject heeft u regelmatig contact op de polikliniek en/of telefonisch en is zij uw aanspreekpunt voor vragen en problemen (voor contactgegevens zie Contact).

Gesprek verpleegkundige gynaecologische oncologie
U heeft op de polikliniek een intakegesprek met de oncologieverpleegkundige. Zij stelt u vragen en verzamelt gegevens die voor uw opname van belang zijn. U krijgt informatie over het herstel thuis na de HIPEC behandeling en hoe u zich hierop kunt voorbereiden.

Gesprek met diëtist
De diëtist beoordeelt uw voedingstoestand en geeft adviezen voor de gehele behandelperiode. Indien noodzakelijk heeft zij contact met de diëtist in het ziekenhuis waar u de paclitaxel/carboplatin kuren krijgt.

Multidisciplinair overleg gynaecologische oncologie (MDO)
Bij dit overleg zijn medisch specialisten en verpleegkundig specialisten aanwezig van verschillende specialismen, waaronder de gynaecologische oncologie, interne oncologie, radiologie en pathologie. Na de beoordeling op de polikliniek wordt in dit overleg besproken wat de beste behandeling voor u is.

Afhankelijk van het gesprek dat u op de polikliniek heeft gehad en de uitkomst van dit overleg, start u met de behandeling of komt u terug op het spreekuur waar de uitslag van dit overleg met u wordt besproken.

Responsbeoordeling na drie paclitaxel/carboplatin kuren


Na 3 kuren chemotherapie wordt bloed bij u afgenomen en krijgt u een CT-scan. De CT-scan wordt gemaakt in het ziekenhuis waar u ook de chemotherapie heeft gekregen. Op de CT-scan wordt beoordeeld of de ziekte voldoende is afgenomen en of er aandachtspunten zijn voor de operatie.
U komt op het spreekuur waar de gynaecologisch oncoloog en internist oncoloog beoordelen hoe u de kuren heeft doorstaan en hoe de ziekte heeft gereageerd op de chemotherapie. Hiervoor vindt een gesprek en lichamelijk onderzoek plaats. Daarnaast heeft u een gesprek met de verpleegkundig specialist en/of oncologie verpleegkundige waarbij u informatie krijgt over de HIPEC en opname.

Polikliniek preoperatieve screening
Op de polikliniek preoperatieve screening bekijkt de anesthesioloog of de HIPEC behandeling voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod, onder andere
Multidisciplinair overleg gynaecologische oncologie
Na de responsbeoordeling op de polikliniek wordt u besproken op het MDO gynaecologische oncologie. Hier wordt bepaald of u in aanmerking komt voor HIPEC en hoe de vervolgbehandeling eruit zal zien.

Na het MDO heeft u opnieuw een afspraak bij de gynaecologisch oncoloog en/of verpleegkundig specialist gynaecologische oncologie. Zij bespreken met u de uitkomst van het MDO, waaronder het definitieve behandelplan en u kunt uw vragen stellen.

Als u in aanmerking komt voor HIPEC, krijgt u ook een afspraak bij de chirurgisch oncoloog en stomaverpleegkundige. Omdat niet van tevoren is vast te stellen of een stoma noodzakelijk is, worden bij iedere patiënt twee stippen gezet door de stomaverpleegkundige. Zo weet de chirurg op welke plaats het stoma moet komen, mocht dit nodig zijn.

De operatie wordt ongeveer vier weken na de derde kuur ingepland. Uw lichamelijke conditie en uw bloed zijn dan voldoende hersteld om de operatie goed te doorstaan.

Voorbereiding op de operatie


Stoppen met roken

Roken vertraagt het herstel na een ingreep en geeft een verhoogd risico op complicaties, zoals wondinfecties. Wij adviseren u daarom te stoppen met roken. U kunt bij uw huisarts terecht voor ondersteuning. Daarnaast kunt u tijdens de opname gebruik maken van nicotine pleisters.

Nuchter
Vanaf 24.00 uur voor de dag van operatie moet u nuchter blijven, dat wil zeggen dat u niets meer mag eten, drinken en roken.

Voedingsadvies wegens gebruik cisplatinum

Omdat tijdens de buikspoeling cisplatinum wordt gebruikt, wordt u geadviseerd om vanaf 24 uur voor toediening tot 24 uur na beëindiging van deze chemotherapie geen vette vis (haring, bokking, makreel, zalm, sardientjes en ansjovis), visoliesupplementen of producten die verrijkt zijn met omega-3-vetzuren te gebruiken. Deze producten zorgen voor een hoog gehalte aan bepaalde vetzuren in uw bloed en zou ervoor kunnen zorgen dat de chemotherapie minder werkzaam is.
Het volledig voedingsadvies is te lezen op de website van ‘Voeding en kanker info’ (www.voedingenkankerinfo.nl). Gebruik de zoekterm ‘vette vis’ om de informatie te vinden.

Niet scheren

Om infecties van de operatiewond te voorkomen is het belangrijk dat u het operatiegebied niet scheert. Scheren kan kleine wondjes veroorzaken die soms met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Deze wondjes verhogen de kans op het ontstaan van infecties van de operatiewond. Als uw arts het nodig vindt om lichaamshaar te verwijderen, dan gebeurt dit met een tondeuse op de operatiekamer.

Opname
U wordt de dag vóór de operatie opgenomen op de kliniek gynaecologische oncologie. De afdelingsverpleegkundige heeft een opnamegesprek met u. Ook heeft de zaalarts en/of co-assistent een opnamegesprek met u. Daarnaast komt de gynaecologisch oncoloog die u gaat opereren, bij u langs.

Klysma
Voor de operatie moet het laatste stuk van de darm leeg zijn. Daarom krijgt u de avond voor de operatie een klysma.

Voorkomen van trombose
Het ondergaan van een operatie met het hebben van kanker, geeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van bloedpropjes (trombose). Daarom krijgt u een avond van tevoren een injectie onder de huid, om trombose te voorkomen. Hiermee moet u doorgaan tot 4 weken na de operatie. Tijdens de opname krijgt u of één van uw naasten aangeleerd hoe de injectie toegediend moet worden.

Over de operatie


Verloop van de operatie


Bij deze behandeling bent u onder narcose. De gynaecologisch oncoloog maakt de buik open door een snede in de lengterichting van de buik en haalt de eierstokken, baarmoeder, vetschort en alle zichtbare tumoren en eventueel aangetast buikvlies weg. Afhankelijk van hoe uitgebreid de ziekte verspreid is in de buik, kan het zijn dat er ook andere delen van organen worden verwijderd, zoals een gedeelte van de darm of lever en milt. In sommige gevallen is het nodig een stoma aan te leggen. Daarna wordt de buik gedurende 90 minuten gespoeld met verwarmde chemotherapie (cisplatinum). De gehele operatie duurt ongeveer 6 tot 8 uur.

Na de operatie


Nazorg en controles


Na de operatie gaat u naar de Post Anesthesia Care Unit (PACU). Daar verblijft u een tot twee dagen. Daarna gaat u terug naar de kamer in de kliniek. U krijgt pijnstilling toegediend en onder andere uw hartslag, bloeddruk en urineproductie worden gecontroleerd.
De eerste zeven dagen na de operatie bevatten uw urine, maaginhoud en transpiratievocht nog resten van chemotherapie wat schadelijk kan zijn voor anderen in uw omgeving. Om besmetting te voorkomen draagt het personeel een beschermende bril, handschoenen en een schort als u wordt verzorgd. De arts komt dagelijks bij u langs.

Na de operatie heeft u een aantal slangen en drains:
Verwijderen van drain
De wonddrains worden verwijderd wanneer hier weinig tot geen vocht meer uitkomt.

Verwijderen van epiduraal- en urinekatheter
Als de pijn onder controle is, worden de epiduraalkatheter en hierna de urinekatheter verwijderd. Doordat het gevoel van de blaas verminderd kan zijn door de epiduraalkatheter, mag de blaascatheter pas verwijderd worden als de epiduraalcatheter verwijderd is.

Misselijkheid en buikpijn
Het kan zijn dat u door de buikspoeling last heeft van misselijkheid en buikpijn in de eerste dagen na de operatie. Dit kan met medicatie worden verholpen. Door de operatie kan de maag tijdelijk minder goed functioneren. Dit kan enkele dagen tot weken duren. Afhankelijk van de snelheid waarmee de maag en darmen zich herstellen en de ontlasting op gang komt, kunt u meer gaan eten. De sonde in de maag kan dan verwijderd worden. Het op gang komen van de darmen kan gepaard gaan met krampen.

Bijwerkingen en complicaties


HIPEC is een zware behandeling, waarbij er een kans op complicaties bestaat. De kans hierop is afhankelijk van de grootte van de ingreep, uw leeftijd en uw conditie. De grootte van de ingreep is weer afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt, hoe uitgebreid de ziekte verspreid is in de buik en of er ook andere organen bij betrokken zijn.

Mogelijke complicaties zijn bloedingen, darmlekkage, infecties, trombose, longembolie, longontsteking en blaasontsteking. Ook het zijn dat uw maag niet op gang komt. Bij een vermoeden op complicaties wordt er aanvullend onderzoek verricht. Soms is het nodig om een of meerdere keren opnieuw te opereren.

Naadlekkage
Wanneer er aan de darmen is geopereerd en er een darmnaad is aangelegd, kan zich een naadlekkage voordoen. Deze kans is 1-2%. Als dit gebeurt, kan het nodig zijn om een tweede operatie te verrichten om dit te verhelpen waarbij mogelijk alsnog een stoma wordt aangelegd.

Mogelijke gevolgen op langere termijn van de operatie

Naar huis


Als u zelfstandig naar het toilet en douche kunt, de darmen en de maag weer op gang zijn gekomen en de eventuele zorg thuis geregeld is, mag u na toestemming van de gynaecologisch oncoloog na ongeveer 2 weken naar huis. Thuis zal het grootste deel van het herstel plaats vinden. U zult hier weer meer in beweging komen, conditie opbouwen en weer op krachten komen.

Leefregels
Afspraak op de polikliniek
De definitieve resultaten van de operatie en de vervolgbehandeling worden poliklinisch met u besproken. Wij streven ernaar dat u vier tot zes weken na de operatie kunt starten met de laatste drie paclitaxel/carboplatin kuren.

Wetenschappelijk onderzoek
In het Erasmus MC wordt veel wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Als u in aanmerking komt voor een onderzoek in studieverband, wordt u hierover op de polikliniek ingelicht.
Daarnaast wordt in het Erasmus MC restmateriaal (lichaamsweefsel, bloed en dergelijke) dat niet meer nodig is voor uw eigen behandeling of onderzoek bewaard voor eventueel wetenschappelijk onderzoek, tenzij u daartegen bezwaar maakt (zie ook de folder ‘Restmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek').

Contact


Vragen over de HIPEC operatie
Verpleegkundig specialist gynaecologische oncologie Ellen Bossenbroek
Telefoon 06 500 322 01
E-mailadres e.bossenbroek@erasmusmc.nl

Oncologie verpleegkundige van de gynaecologische oncologie
Telefoon 06 309 605 00
E-mailadres jointclinic.gyn@erasmusmc.nl

Vragen binnen 6 weken na de operatie
Kliniek gynecologische oncologie
Telefoon (010) 703 33 46

Spoedeisende hulp
Telefoon (010) 703 66 77


Patiëntinformatiecentrum Oncologie (PATIO)


Het patiëntinformatiecentrum is er voor iedereen die met kanker te maken krijgt, als patiënt of naaste. Het informatiecentrum bevindt zich aan de Zimmermanweg en is geopend van maandag t/m vrijdag van 8.00 - 16.30 uur. Telefoon: (010) 704 12 02. Mail: patio@erasmusmc.nl. Voor alle mogelijkheden en activiteiten: www.erasmusmcpatio.nl. Kijkt u ook eens naar het ervaringsverhaal van Joris:





Meer informatie


www.kanker.nl
www.olijf.nl






Foldernummer: 0000619-01_19


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien