Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


Embolisatie

Embolisatie

Het afsluiten of dichtmaken van een bloedvat


Bij een embolisatie maken we één of meer bloedvaten dicht.

Voorbereiding


Eten en drinken
Op de dag van het onderzoek mag u alleen:
  • Als het onderzoek ‘s ochtends is: een kopje thee met een beschuitje.
  • Als het onderzoek ‘s middags is: een ontbijt en een lichte lunch.

Voor vrouwen (zwangerschap en borstvoeding)
Röntgenonderzoek kan beter niet worden gedaan als (de kans bestaat dat) u zwanger bent. Bij twijfel moet het onderzoek binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie plaatsvinden. Verander zo nodig uw afspraak.

Tijdens de behandeling wordt (jodiumhoudend) contrastmiddel toegediend in de bloedvaten. Zeer kleine hoeveelheden kunnen in de moedermelk komen, maar deze kleine hoeveelheden worden niet opgenomen door het maagdarmkanaal van de baby. U kunt daarom borstvoeding blijven geven. Wilt u blootstelling helemaal voorkomen, stop dan na de toediening van het contrastmiddel 24 uur met het geven van borstvoeding.

Contrastvloeistof
In de contrastvloeistof zit jodium. Jodium kan een allergische reactie veroorzaken bij mensen die hiervoor overgevoelig zijn. Bent u overgevoelig voor jodium? Bespreek dit dan met uw behandelend specialist. De behandelend specialist zal u vertellen of voorbereiding met medicatie nodig zal zijn. Wilt u het ook voor het onderzoek zeggen tegen de laborant(e) of radioloog?

Bloedverdunners
Als u bloedverdunnende middelen gebruikt (bijvoorbeeld Marcoumar of Sintrom), kan het zijn dat u hiermee tijdelijk moet stoppen. Vertel het uw arts als u deze middelen gebruikt.

Kleding
Het onderzoek vindt plaats in een steriele omgeving. Daarom moet u in schone (gewassen) kleding naar de onderzoekskamer komen. Ook is het handig als de kleding comfortabel en niet te strak zit. Soms krijgt u op de afdeling een operatiehemd aan van de verpleegkundigen.

Opname
Uw behandeld arts heeft u verteld dat u voor deze behandeling wordt opgenomen. Meestal is dit voor 2 dagen. Op de verpleegafdeling neemt een verpleegkundige bloed bij u af om uw stollingswaarden en nierfunctie te bepalen en te controleren.

Tijdstip van het onderzoek of de behandeling
De duur van het onderzoek of behandeling wisselt erg. We kunnen daarom niet aangeven hoe lang het onderzoek gaat duren of wanneer u klaar zal zijn. Ook krijgen we vaak aanmeldingen voor spoedprocedures. Het kan daarom voorkomen dat uw afspraak wordt uitgesteld. Meestal stellen we uw behandeling uit naar een later tijdstip op dezelfde dag, maar in zeldzame gevallen moeten we uw onderzoek uitstellen naar een andere dag. Als dit het geval is, geven we u hier zo snel mogelijk meer informatie over.

Toilet
Ga voor het onderzoek of de behandeling nog even naar het toilet op de verpleegafdeling.

Over de behandeling


Wat we gaan doen


Bij een embolisatie maken we de bloedvaten eerst zichtbaar met een contrastvloeistof en röntgenfoto's. Daarna maken we de afwijkende bloedvaten dicht met speciale katheters en materialen.

Wat is het doel?


Het doel is om bepaalde bloedvaten dicht te maken zodat ze uit de bloedcirculatie wordt genomen. Dit kan zijn als voorbereiding op een operatie of als behandeling van een bepaalde afwijking.

Verloop van de behandeling


Het Erasmus MC is een universitair medisch centrum, waarin personeel wordt opgeleid. Het kan daarom voorkomen dat het onderzoek of de behandeling uitgevoerd wordt door één van onze arts-assistenten, gesuperviseerd door een staf-arts. Ook kan het voorkomen dat de arts die het onderzoek of de behandeling van tevoren met u heeft doorgesproken niet degene is die het onderzoek of de behandeling uitvoert.

Om de behandeling uit te kunnen voeren moet er een bloedvat aangeprikt worden. Dit gebeurt meestal in de lies, maar kan ook in de pols of hand. Op de röntgenkamer maakt de laborant uw lies, pols of hand eerst schoon met alcohol. Daarna dekt hij of zij u toe met steriele doeken. Dit is om een infectie te voorkomen. De radioloog geeft u eerst een prik voor de plaatselijke verdoving, dit kan gevoelig zijn. Daarna prikt de arts in het bloedvat om er een tijdelijk buisje in te schuiven. Dit buisje blijft tijdens de hele behandeling zitten en geeft toegang tot de slagader. Door het buisje wordt vervolgens een dunne katheter (slangetje) gebracht.

Foto's maken
Om te bepalen of de locatie van de katheter goed is, maken we foto’s waarbij contrastvloeistof wordt ingespoten. U kunt het door de contrastvloeistof even warm krijgen door heel uw lichaam of een vieze smaak in uw mond krijgen. Dit trekt direct weer weg. Het is belangrijk voor het slagen van het onderzoek dat u heel stil blijft liggen. Soms is het nodig dat u uw adem inhoudt. De laborant legt dit aan u uit. Na het maken van de foto’s worden deze direct bekeken op de monitor.

Dichtmaken bloedvat
Met deze foto’s bepalen we welk bloedvat dichtgemaakt moet worden. Soms moet de radioloog lange tijd zoeken naar het juiste bloedvat. In een enkel geval heeft u pijn bij het dichtmaken van het bloedvat. De radioloog vindt het erg belangrijk dat u goed aangeeft als u iets van het dichtmaken merkt. Tijdens de behandeling besluiten we met nieuwe röntgenfoto’s of er nog meer bloedvaatjes dichtgemaakt moeten worden.

Na afloop
Als de behandeling klaar is, halen we het slangetje en het buisje uit het bloedvat. Als u in de lies bent geprikt, plaatsen we oplosbare hechtingen aan de binnenkant van het bloedvat. Als we het bloedvat in uw pols hebben aangeprikt, plaatsen we een bandje met daarin een ballonnetje. Het ballonnetje drukt op het gaatje van het bloedvat.

De uitslag
De radioloog kan de uitslag meestal niet gelijk aan u geven. Later op de dag bestuderen we de foto’s en vergelijken we ze met vorige onderzoeken. De radioloog maakt vervolgens een verslag voor uw behandelend arts. Hij of zij bespreekt de uitslag met u.

Duur van de behandeling
De behandeling duurt ongeveer 1 tot 2 uur.

Na de behandeling


Nazorg en controles


Na het onderzoek wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling. Om de kans op nabloedingen zo klein mogelijk te houden, moet u 1 uur bedrust houden als u weer op uw kamer bent. Als u in de lies aangeprikt bent, moet u platte bedrust houden. Dit betekent dat uw hoofdeinde helemaal plat moet blijven. De verpleging controleert uw lies/pols, bloeddruk en polsslag.

Eten en drinken
U mag na het onderzoek, in overleg met uw afdelingsarts, weer gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u 48 uur na de contrasttoediening veel drinkt, om de contrastvloeistof zo snel mogelijk uit te plassen.

Naar huis


Als u alleen bent opgenomen voor de embolisatieprocedure, mag u meestal de volgende dag weer naar huis. Een afspraak voor uw eerstvolgende polikliniekbezoek krijgt u thuisgestuurd.

Leefregels
Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur rustig aan doet. U mag geen zware dingen tillen, niet sporten en niet teveel traplopen.


Bijwerkingen en complicaties


Onderzoeken waarbij we katheters in bloedvaten brengen, verlopen meestal zonder problemen. Een enkele keer treden er bijwerkingen op, zoals een infectie of bloeduitstorting op de plaats waar het tijdelijke buisje werd ingebracht.

Complicaties


Een onderzoek of behandeling brengt altijd risico’s op complicaties met zich mee. Maar het team wat het onderzoek of de behandeling uitvoert is gespecialiseerd in het voorkomen van complicaties.

De volgende complicaties kunnen optreden bij embolisatie in de nier:

De volgende complicaties kunnen optreden bij embolisatie in de milt:

De volgende complicaties kunnen optreden bij embolisatie in de lever:

De volgende complicaties kunnen optreden bij embolisatie in de darmen:

Vanwege het afsluiten van een bloedvat kan er tijdelijk ook een zogenaamd post-embolisatie syndroom optreden (braken, misselijkheid, pijn, koorts of in zeldzame gevallen een lever abces, leverfalen of tumorbloeding).

Wanneer contact opnemen?


Krijgt u thuis toch last van een complicatie of bijwerking? Belt u dan naar de polikliniek radiologie. Vraag dan vervolgens of u doorverbonden kunt worden met de physician assistent van de interventie radiologie. Bij spoed buiten kantooruren belt u naar het algemene nummer van het Erasmus MC. Vraag dan of u doorverbonden kunt worden met de dienstdoende assistent van de radiologie.

Contact


  • Polikliniek radiologie (van 08.00 - 16.30 uur): (010) 704 20 06.
  • Algemeen nummer Erasmus MC: (010) 704 0 704




Foldernummer: 6183639-03_21


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien