Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Chirurgie


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Extra corporele membraan oxygenatie (ECMO)

Extra corporele membraan oxygenatie (ECMO)


ECMO betekent Extra Corporele Membraan Oxygenatie.


Voorbereiding

Voordat de behandeling met de ECMO-machine kan beginnen worden er bij uw familielid/naaste grote infuuslijnen (canules) ingebracht waardoor het bloed kan worden weggenomen en teruggeven. Hiervoor moet de patiënt onder narcose gebracht worden. De canules kunnen geplaatst worden in het halsgebied en/of de liezen, soms ook wel ter hoogte van het sleutelbeen.


Over de behandeling

Wat we gaan doen


Wat is het?
Een ECMO-behandeling wordt gestart wanneer het hart en/of de longen van een patiënt zo slecht werken dat (een deel van) de functie ervan moet worden overgenomen. ECMO kan vergeleken worden met de hart-longmachine die op de operatiekamer gebruikt wordt tijdens openhartoperaties.

Longen
In gezonde longen wordt zuurstofarm bloed voorzien van zuurstof en wordt koolzuurgas (CO ²) uit het bloed uitgeademd. Wanneer de longen erg ziek zijn, zijn ze niet meer goed in staat deze functie uit te voeren. Meestal wordt een patiënt dan geholpen met alleen een beademingsmachine. Wanneer de inzet van een beademingsmachine niet meer volstaat, kan een ECMO-machine worden ingezet. Bloed wordt dan via slangen naar buiten het lichaam geleid om daar van zuurstof te worden voorzien. Ook wordt het koolzuurgas verwijderd. Het bloed dat met zuurstof is verrijkt en waaruit koolzuurgas is verwijderd, wordt vervolgens weer terug de patiënt ingebracht. Over het algemeen houdt de patiënt tijdens de ECMO-behandeling de beademingsbuis, maar het komt ook voor dat deze verwijderd kan worden. Bij een langer durende beademingsbehoefte kan met een kleine ingreep (tracheotomie) een beademingsbuisje (tracheacanule) direct via de hals in de luchtpijp van de patiënt worden geplaatst. Wanneer de longen voldoende hersteld zijn, wordt de ondersteuning vanuit de ECMO-machine langzaam afgebouwd tot deze verwijderd kan worden.

Hart
Het hart pompt bloed door het lichaam om zuurstof en voedingsstoffen naar de cellen te brengen en afvalstoffen af te voeren. Wanneer het hart niet goed functioneert kan ECMO worden ingezet om deze pompfunctie over te nemen. Bloed wordt dan aan de ene kant van het hart uit een groot bloedvat weggenomen en aan de andere kant van het hart, in de grote lichaamsslagader, teruggegeven. Omdat hierbij ook de longen grotendeels gepasseerd worden, wordt met het ECMO-apparaat ook zuurstof toegevoegd aan het bloed en koolzuurgas verwijderd.


Wat is het doel?

Tijdens de EMCO-behandeling krijgen het hart en/of de longen de tijd om tot rust te komen, de therapie om te herstellen en kan het behandelend team de tijd nemen om tot de beste behandeling van uw familielid of naaste te komen.

Verloop van de behandeling

Het inbrengen van de canules kan op de IC (=intensive care) gebeuren, maar ook op de operatie- of interventiekamer, afhankelijk van de aard van de ziekte, de beschikbare teamleden, de mogelijkheden van het transporteren van de patiënt en andere factoren. Bij de behandeling van een ECMO-patiënt is een heel team betrokken:

Omdat het Erasmus MC een opleidingsziekenhuis is, kunt u naast bovengenoemde disciplines bij uw familielid/naaste ook personen aantreffen die in opleiding zijn. Deze personen hebben geen eindverantwoordelijkheid maar staan onder supervisie van een van bovengenoemde disciplines.

Bij veel patiënten die een ECMO-behandelingen ondergaan is ook andere ondersteuning noodzakelijk. Zo kunt u bijvoorbeeld een dialysemachine, een uitwendige pacemaker, of zogenoemde ‘ballonpomp’ aantreffen naast het bed van de patiënt.

Wanneer de patiënt stabiel is tijdens de ECMO-behandeling mag hij/zij ook wakker(der) worden. In sommige gevallen, afhankelijk van het gestelde behandeldoel, wordt er zelfs naar gestreefd dat een patiënt onder begeleiding van een fysiotherapeut wordt gemobiliseerd (uit bed kan komen om te staan/ lopen) tijdens de ECMO-behandeling. Het behandelend team waakt over het comfort van de patiënt. Pijnstillende of rustgevende medicatie kan worden toegevoegd of weggelaten, afhankelijk van de behoefte van de patiënt. Hoewel ernaar wordt gestreefd om de patiënt zo comfortabel mogelijk te laten zijn, is het niet altijd mogelijk alle pijn die een patiënt ervaart te onderdrukken. Een patiënt die chronisch slaapt kan uiteindelijk niet beter worden en daarom moet hij of zij soms door moeilijke fases heen om tot verder herstel te kunnen komen.


Na de behandeling

Net als gezonde mensen hebben ook IC-patiënt eten en drinken nodig. De toedieningsvorm van voeding en vocht is afhankelijk van de aard en de ernst van de ziekte. Over het algemeen krijgt een IC-patiënt sondevoeding via een slangetje dat via de neus naar de maag van de patiënt is ingebracht. Een diëtist wordt bij de behandeling betrokken om de voedingstoestand van de patiënt goed in de gaten te houden en zo nodig bij te sturen.

Bijwerkingen en complicaties

Tijdens de behandeling

Een ECMO-behandeling is erg invasief. Grote canules die in grote bloedvaten zijn geprikt, bloed dat buiten het lichaam om stroomt en afhankelijkheid van machines zorgen voor een grote kwetsbaarheid van de patiënt. Complicaties die op kunnen treden zijn:

Het behandelend ECMO-team is geschoold en getraind om bovenstaande complicaties en problemen te herkennen en hierop te anticiperen. Soms is extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld een CT-scan. Alle apparaten die de patiënt ondersteunen op de IC worden dan meegenomen inclusief de teamleden die nodig zijn om deze apparaten te kunnen monitoren en bedienen.

Met de ECMO-behandeling van uw familielid/ naaste krijgt u te maken met een zorgelijke periode met een onzekere uitkomst waarin u veel informatie krijgt maar er bij u wellicht ook veel vragen nog zullen ontstaan. De IC-verpleegkundige die voor uw familielid/ naaste zorgt is uw eerste contactpersoon. Hij of zij kan u uitleg geven over de functie van alle ondersteunende apparaten rond het bed en u informeren over de algemene conditie van de patiënt. Naast het contact met de IC-verpleegkundige zullen er met regelmaat gesprekken zijn met de behandelend arts, u kunt hier ook om vragen wanneer u er behoefte aan heeft. In een periode waarin er sprake is van veel veranderingen of instabiliteit zal dat meer frequent zijn dan in een voor de patiënt stabiele periode.

Medisch maatschappelijk werk zal worden aangeboden voor extra psychosociale ondersteuning voor zowel de patiënt als voor u.

Onderzoek

Het kan zijn dat uw toestemming wordt gevraagd om uw familielid/naaste mee te laten doen aan wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek vindt plaats om de behandeling en zorg in de toekomst nog verder te kunnen verbeteren. U kunt te allen tijde aangeven of u dit wilt of niet. Deze beslissing beïnvloedt de zorg voor uw familielid/naaste niet. ECMO is een behandeling die niet vaak voorkomt. Zodoende is het moeilijk om met deze behandeling vergelijkbare kennis en vaardigheden te krijgen als met andere veel voorkomende behandelingen. Daarom wordt medische informatie van alle ECMO-patiënten wereldwijd voor onbepaalde tijd bewaard in een grote database. Deze database wordt beheerd door de internationale ECMO-organisatie ‘ELSO’, die zich in Ann Arbor (Michigan, Verenigde Staten) bevindt. Gegevens zoals geboortedatum, datum van ziekenhuisopname en ontslag, bloeddruk en beademingsgegevens rondom het aansluiten van ECMO worden hierin opgeslagen. Met deze gegevens kunnen ECMO-centra met elkaar worden vergeleken en mogelijke kwaliteitsproblemen snel ontdekt worden. De opgeslagen gegevens in deze database zijn alleen herleidbaar naar uw familielid/naaste via ons ziekenhuissysteem door middel van de geboortedatum. De naam van uw familielid/naaste, geboorteplaats en/of woonplaats worden niet opgeslagen. Voor deze dataverzameling wordt ook uw toestemming gevraagd.

Het resultaat

Over het herstel van uw familielid is in algemene zin weinig te zeggen omdat dit afhankelijk is van de aard en ernst van de aandoening die uw familielid heeft. Deze aspecten zullen door de behandelaar(s) met u besproken worden.

Onderzoek (internationaal en door het Erasmus MC) laat zien dat de kwaliteit van leven van een persoon na een ECMO-behandeling vergelijkbaar is met die van een persoon die geen ECMO-behandeling heeft gehad maar wel (langdurig) op de IC is opgenomen geweest. Het is in individuele gevallen heel moeilijk om tijdens de ECMO-behandeling de kwaliteit van leven na de ECMO-behandeling te voorspellen. Uw behandelend team zal hierover vaak met u praten, maar er kunnen veelal geen duidelijk uitspraken over gedaan worden.


Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel ze dan gerust aan de IC-verpleegkundige die voor uw familielid/naaste zorgt.


Foldernummer: 1800577-06_18


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien