Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


PTA en/of stentplaatsing arterie

PTA en/of stentplaatsing arterie

Dotter en/of stentplaatsing slagader


Met een dotterbehandeling en/of stentplaatsing van de bloedvaten willen we de vernauwing(en) die in uw bloedvat gevonden is oplossen. Deze behandeling krijgt u op de röntgenafdeling. Hierbij maken we de bloedvaten eerst zichtbaar met een contrastvloeistof. Daarna rekken we met een ballonkatheter de vernauwing op. Dit noemen we ook wel dotteren. Als een stent nodig is, dan plaatsen we deze in dezelfde behandeling. U krijgt dan een blijvend dun buisje in het bloedvat waardoor de toegang tot het bloedvat behouden blijft.

Voorbereiding


Eten en drinken
Op de dag van het onderzoek mag u alleen:
  • Als het onderzoek ‘s ochtends is: een kopje thee met een beschuitje.
  • Als het onderzoek ‘s middags is: een ontbijt en een lichte lunch.

Voor vrouwen (zwangerschap en borstvoeding)
Röntgenonderzoek kan beter niet worden gedaan als (de kans bestaat dat) u zwanger bent. Bij twijfel moet het onderzoek binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie plaatsvinden. Verander zo nodig uw afspraak.

Tijdens de behandeling wordt (jodiumhoudend) contrastmiddel toegediend in de bloedvaten. Zeer kleine hoeveelheden kunnen in de moedermelk komen, maar deze kleine hoeveelheden worden niet opgenomen door het maagdarmkanaal van de baby. U kunt daarom borstvoeding blijven geven. Wilt u blootstelling helemaal voorkomen, stop dan na de toediening van het contrastmiddel 24 uur met het geven van borstvoeding.

Contrastvloeistof
In de contrastvloeistof zit jodium. Jodium kan een allergische reactie veroorzaken bij mensen die hiervoor overgevoelig zijn. Bent u overgevoelig voor jodium? Bespreek dit dan met uw behandelend specialist. De behandelend specialist zal u vertellen of voorbereiding met medicatie nodig zal zijn. Wilt u het ook voor het onderzoek zeggen tegen de laborant(e) of radioloog?

Bloedverdunners
Als u bloedverdunnende middelen gebruikt (bijvoorbeeld Marcoumar of Sintrom), kan het zijn dat u hiermee tijdelijk moet stoppen. Vertel het uw arts als u deze middelen gebruikt.

Kleding
Het onderzoek vindt plaats in een steriele omgeving. Daarom moet u in schone (gewassen) kleding naar de onderzoekskamer komen. Ook is het handig als de kleding comfortabel en niet te strak zit. Soms krijgt u op de afdeling een operatiehemd aan van de verpleegkundigen.

Tijdstip van het onderzoek of de behandeling
De duur van het onderzoek of behandeling wisselt erg. We kunnen daarom niet aangeven hoe lang het onderzoek gaat duren of wanneer u klaar zal zijn. Ook krijgen we vaak aanmeldingen voor spoedprocedures. Het kan daarom voorkomen dat uw afspraak wordt uitgesteld. Meestal stellen we uw behandeling uit naar een later tijdstip op dezelfde dag, maar in zeldzame gevallen moeten we uw onderzoek uitstellen naar een andere dag. Als dit het geval is, geven we u hier zo snel mogelijk meer informatie over.

Toilet

Ga voor het onderzoek of de behandeling nog even naar het toilet op de verpleegafdeling.

Over de behandeling


Wat we gaan doen


Bij deze behandeling zullen we u dotteren in een vernauwd bloedvat. Als het nodig is, zullen we ook een stent plaatsen in dit bloedvat.

Wat is het doel?


Het doel is om de vernauwing in het bloedvat op te lossen, zodat het bloed weer goed kan stromen.

Verloop van de behandeling


Het Erasmus MC is een universitair medisch centrum, waarin personeel wordt opgeleid. Het kan daarom voorkomen dat het onderzoek of de behandeling uitgevoerd wordt door één van onze arts-assistenten, gesuperviseerd door een staf-arts. Ook kan het voorkomen dat de arts die het onderzoek of de behandeling van tevoren met u heeft doorgesproken niet degene is die het onderzoek of de behandeling uitvoert.

Om de behandeling uit te kunnen voeren, prikken we een bloedvat aan. Dit gebeurt meestal in de lies, maar soms kan ook het bloedvat in de pols of knieholte zijn. Als u op de onderzoekstafel ligt maken we eerst uw huid schoon met alcohol en dekken we u toe met steriele doeken. Dit is om infectie te voorkomen. De radioloog geeft u eerst een prik voor de plaatselijke verdoving, dit kan gevoelig zijn. Daarna prikt de radioloog in de slagader en wordt er een dun slangetje (katheter) ingeschoven dat tijdens de behandeling even blijft zitten. Door dit slangetje heeft de radioloog toegang tot de slagader. Vervolgens wordt er een dunne katheter tot in het juiste bloedvat opgeschoven.



Foto's maken
Om te bepalen of de locatie van de katheter goed is, maken we foto’s waarbij contrastvloeistof wordt ingespoten. U kunt het door de contrastvloeistof even warm krijgen door heel uw lichaam of een vieze smaak in uw mond krijgen. Dit trekt direct weer weg. Het is belangrijk voor het slagen van het onderzoek dat u heel stil blijft liggen. Soms is het nodig dat u uw adem inhoudt. De laborant legt dit aan u uit. Na het maken van de foto’s worden deze direct bekeken op de monitor.

Dotteren/stentplaatsing
Aan de hand van deze actuele foto’s bepalen wij de plaats van de vernauwing. Via de toegang in de lies wordt een dotterballon naar de vernauwing opgeschoven. De ballon wordt op de juiste plek opgeblazen. Soms gaat dit gepaard met pijn. De radioloog vindt het zeer belangrijk dat u goed aangeeft als u iets van het opblazen merkt. Het kan zijn dat er aanvullend nog een andere ballonkatheter gebruikt wordt of een stent (dun buisje) wordt geplaatst. Dit besluiten we tijdens de behandeling aan de hand van de röntgenfoto’s.

Na afloop
Als de behandeling klaar is halen we het buisje uit uw bloedvat en plaatsen we een oplosbare hechting. Dit kan nog een beetje pijnlijk zijn. Als we het bloedvat in uw pols hebben aangeprikt, plaatsen we een bandje met daarin een ballonnetje. Het ballonnetje drukt op het gaatje van het bloedvat.

Duur van de behandeling
De behandeling duurt ongeveer 2 uur.

Na de behandeling


Nazorg en controles


Na het onderzoek wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling. Om de kans op nabloedingen zo klein mogelijk te houden, moet u 1 uur bedrust houden als u weer op uw kamer bent. Als u in de lies aangeprikt bent, moet u platte bedrust houden. Dit betekent dat uw hoofdeinde helemaal plat moet blijven. De verpleging controleert uw lies/pols, bloeddruk en polsslag.

Eten en drinken
U mag na het onderzoek, in overleg met uw afdelingsarts, weer gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u 48 uur na de contrasttoediening veel drinkt, om de contrastvloeistof zo snel mogelijk uit te plassen.

Naar huis


Als u alleen bent opgenomen voor de dotterprocedure of stentplaatsing, mag u meestal de volgende dag weer naar huis. Een afspraak voor uw eerstvolgende polikliniekbezoek krijgt u thuisgestuurd.

Leefregels
Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur rustig aan doet. Geen zware dingen tillen en niet te veel traplopen.

Bijwerkingen en complicaties


Onderzoeken waarbij we katheters in bloedvaten brengen, verlopen meestal zonder problemen. Een enkele keer treden er bijwerkingen op, zoals een infectie of bloeduitstorting op de plaats waar het tijdelijke buisje werd ingebracht.

Complicaties


Een onderzoek of behandeling brengt altijd risico’s op complicaties met zich mee. Maar het team wat het onderzoek of de behandeling uitvoert is gespecialiseerd in het voorkomen van complicaties. De volgende complicaties kunnen optreden:

Bij een dotter/stentplaatsing in bekken/benen:

Bij een dotter/stentplaatsing in het bloedvat van de nier:

Bij een dotter/stentplaatsing in het bloedvat naar de darmen:

Wanneer contact opnemen?


Krijgt u thuis toch last van een complicatie of bijwerking? Belt u dan naar de polikliniek radiologie. Vraag dan vervolgens of u doorverbonden kunt worden met de physician assistent van de interventie radiologie. Bij spoed buiten kantooruren belt u naar het algemene nummer van het Erasmus MC. Vraag dan of u doorverbonden kunt worden met de dienstdoende assistent van de radiologie.

Verlaat op de dag van het onderzoek


Bent u verlaat op de dag van het onderzoek, neemt u dan contact met ons op (010) 703 56 39.

Contact


  • Polikliniek radiologie (van 08.00 - 16.30 uur): (010) 704 20 06.
  • Algemeen nummer Erasmus MC: (010) 704 0 704




Foldernummer: 6183661-03_21


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien