Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


CT-enterografie

CT-enterografie

(CT-scan van de dunne darm)


De CT-enterografie is een nieuwe beeldvormende techniek. Met een CT-scan wordt de hele dunne darm gescand in een adempauze van tien seconden en wordt een driedimensionaal beeld gevormd. Om de dunne darm goed te kunnen afbeelden, zijn voorbereidingen nodig, waaronder het drinken van 1,5 tot 2 liter met water verdunde bariumpap (contrastmiddel). Daarom verwachten wij u ruim 1 uur voordat het onderzoek plaatsvindt. We hebben informatie over het onderzoek voor u op een rij gezet, zodat u weet waar u aan toe bent en wat wij van u verwachten.

Voorbereiding


Verhinderd


Als u onverhoopt verhinderd bent, geeft u dit dan ten minste 2 dagen voor het onderzoek door aan het Planbureau Radiologie Erasmus MC. Wij kunnen dan een nieuwe afspraak voor u inplannen.

Nuchter zijn


Voor dit onderzoek van de dunne darm is het noodzakelijk dat u 4 tot 6 uur voor het onderzoek niets eet en drinkt. U mag wel water (zonder prik) drinken en gewoon uw medicijnen innemen.

Belangrijk advies: Drink de dag voor het onderzoek en op de dag van het onderzoek 1,5 tot 2 liter water, aangelengde limonade of (kruiden)thee. Voldoende drinken beschermt uw nieren en zorgt dat het toegediende jodiumhoudend contrast weer vlot door het lichaam kan worden uitgescheiden. Patiënten met hartfalen moeten zich echter aan hun vochtbeperking houden.

Op tijd aanwezig


In verband met de noodzakelijke voorbereidingen, verwachten wij u ruim 1 uur voor het onderzoek plaatsvindt. Zie ook ‘Verloop van het onderzoek’.

Kleding


Het komt voor dat een beetje bloed of contrastmiddel wordt gemorst op kleding. Dit is vervelend en wij doen ons best om dit te voorkomen. We raden u aan om hiermee rekening te houden en kleding aan te trekken die eventueel vuil mag worden.

Voor vrouwen: wij raden u aan een beha zonder beugels en metalen haakjes te dragen, anders moet u de beha uittrekken voor voor het onderzoek.

Medicijnen


Uw medicijnen mag u altijd innemen (met een beetje water), ook als u nuchter moet zijn voor het CT-onderzoek.

Metformine
Als u metformine (een medicijn bij suikerziekte) gebruikt, en daarbij een slechte nierfunctie heeft, mag u de metformine niet innemen op de dag van het onderzoek. 2 dagen na het onderzoek moet u uw nierfunctie opnieuw laten controleren. Als de nierfunctie niet verder is verslechterd, mag u de metformine weer gaan innemen.

Let op: neem altijd contact op met uw behandelend arts voordat u met medicatie stopt.

NSAID's
Als u een slechte nierfunctie heeft en NSAID’s (pijnstillers/ontstekingsremmer) gebruikt, moet u hiermee wellicht tijdelijk stoppen. Bespreek dit met uw arts.

Zwangerschap, borstvoeding


Zwanger
Röntgenonderzoek is af te raden als u zwanger bent of denkt dat te zijn. Bij twijfel moet het onderzoek worden gedaan binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie. Verzet zo nodig uw afspraak.

Borstvoeding
Intraveneus (via een infuus) toegediende contrastmiddelen met jodium gaan in zeer kleine hoeveelheden over in de moedermelk en worden niet opgenomen vanuit het maagdarmkanaal van de zuigeling. U kunt gewoon borstvoeding geven maar als u blootstelling aan het contrastmiddel helemaal wilt voorkomen, is het verstandig de borstvoeding 24 uur te onderbreken. Op lareb.nl staat meer informatie over jodiumhoudende contrastmiddelen tijdens tijdens de zwangerschap (vul in het zoekvenster van de site in: jodiumhoudende contrastmiddelen).

Röntgenstraling


Bij het maken van een CT-scan gebruiken we röntgenstraling. Uw behandelend arts en de radioloog wegen het eventuele risico van het gebruik van röntgenstraling af tegen de informatie die het onderzoek kan opleveren. Bespreekt u het risico met uw behandelend arts.

Jodiumhoudend contrastmiddel


Tijdens het onderzoek laten we via een infuus jodiumhoudend contrastmiddel in uw bloedvaten lopen. We noemen dit intraveneuze toediening. In een aantal gevallen mag echter geen jodiumhoudend contrastmiddel worden toegediend:

Nierfunctie en jodiumhoudend contrastmiddel


Bij sommige patiënten bestaat een risico op een tijdelijke verslechtering van de nierfunctie als jodiumhoudend contrastmiddel is toegediend in de bloedvaten. Daarom bepalen we de nierfunctie bij alle patiënten die contrastvloeistof krijgen via een bloedvat. Dit doen we met bloedonderzoek. De uitslag hiervan mag maximaal 1 jaar oud zijn, maar maximaal 3 maanden als u een chronische ziekte heeft. Als er geen recente nierfunctie bekend is, moet uw behandelend arts ruim voordat het CT-onderzoek plaatsvindt een bloedonderzoek laten doen. Eventueel kan dit onderzoek ook op de dag van het CT-onderzoek plaatsvinden. Houdt u er dan wel rekening mee dat het 1,5 uur kan duren voordat de uitslag bekend is.

Als uit het bloedonderzoek blijkt dat de werking van uw nieren onvoldoende is:
In dat geval neemt uw behandeld arts contact met u op. Als de werking van de nieren te ernstig gestoord is, zijn er twee mogelijkheden:

Allergie voor jodiumhoudend contrastmiddel


Jodiumhoudende contrastmiddelen veroorzaken soms een overgevoeligheidsreactie. Dat is meestal een milde reactie (niezen, jeuk of galbulten) die optreedt binnen 1 uur na het onderzoek. In zeldzame gevallen kan een ernstige reactie ontstaan. Daarom is het belangrijk te weten of u overgevoelig bent voor jodiumhoudend contrastmiddel. Als u weet dat u allergisch bent voor jodiumhoudend contrastmiddel, krijgt u van uw behandelend arts ruim voor het onderzoek een recept voor medicijnen (prednison) die een allergische reactie helpen voorkomen. Ook krijgt u een half uur voor het onderzoek nog een ander medicijn toegediend (tavegyl). Dit medicijn kan de rijvaardigheid beïnvloeden. Houdt er rekening mee dat u in dat geval na het CT-onderzoek niet zelf mag rijden. Na de CT-scan blijft u nog een half uurtje op de afdeling, ter controle.

Over het onderzoek


Verloop van het onderzoek


Om de dunne darm te kunnen afbeelden, krijgt u een uur voor het onderzoek 1,5 tot 2 liter met water verdund contrastmiddel te drinken. Het contrastmiddel bestaat meestal uit een oplossing van mannitol en water. Soms is het een oplossing van jodiumhoudend contrastmiddel en water. De 1,5 tot 2 liter moet u binnen 1 uur opdrinken: elke 5 minuten een beker van 200 ml.

Daarnaast krijgt u een infuus in een bloedvat, waarover jodiumhoudend contrastmiddel wordt toegediend. De radiologisch assistente brengt dit infuus alvast in voordat het onderzoek plaatsvindt.

In de CT-kamer


In de CT-kamer krijgt u een korte uitleg over het verloop van het onderzoek. U gaat op de tafel liggen, die door de ronde opening van de CT-scanner schuift. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek in dezelfde houding blijft liggen. Als u niet stil ligt, kunnen we het onderzoek misschien minder goed beoordelen. Wij vragen u uw adem ongeveer 10 tot 15 seconden in te houden.

Let op: Veel mensen krijgen kortdurend een warm gevoel tijdens het inspuiten van het contrastmiddel. Dat is normaal en kan geen kwaad.


ct-enterografie
Het onderzoek duurt in totaal meestal 10 tot 15 minuten. Na afloop van het onderzoek verwijderen we het infuusslangetje en kunt u de CT-kamer verlaten.

Na het onderzoek


Als u bent voorbereid voor allergie op contrastmiddelen blijft u ter controle na het onderzoek nog een half bij het specialisme radiologie. Is dat niet het geval, dan mag u direct naar huis of naar uw volgende afspraak. Als u in de kliniek bent opgenomen, brengen wij u terug naar uw kamer.

Eten en drinken


Na het onderzoek kunt u gewoon weer eten. Blijft u in elk geval tot een dag na het onderzoek voldoende (1,5–2 liter) water, aangelengde limonade of (kruiden)thee drinken, zodat de nieren het contrastmiddel goed kunnen uitscheiden.
Patiënten met hartfalen moeten zich aan hun vochtbeperking houden.

Rijvaardigheid


Als u eerder een overgevoeligheidsreactie had op contrastmiddel, kan het zijn dat wij u tavegyl toedienen. Dit medicijn kan de rijvaardigheid beïnvloeden. Houdt u er rekening mee dat u in dat geval na het onderzoek niet zelf mag autorijden.

Bijwerkingen en complicaties


Late contrastreactie


Af en toe ontstaat een late allergische reactie nadat het contrastmiddel is toegediend. Dat wil zeggen na meer dan 1 uur. Meestal is dat roodheid van de huid en/of jeuk. Dat gaat vanzelf over, maar bij ernstige last kunt u contact opnemen met uw huisarts. Meld de late reactie altijd bij uw behandelend arts. Mocht u in de toekomst nog eens een CT-scan krijgen, meld deze late reactie dan bij de laborant(e). Als u een late reactie heeft gehad op een contrastmiddel, zal bij een volgend contrastonderzoek een ander contrastmiddel worden toegediend.

Na het onderzoek thuis


Als u thuis onverhoopt een complicatie krijgt, neemt u contact op via het centrale nummer van het Erasmus MC en vraagt u naar de dienstdoende radioloog.

De uitslag


De radioloog bekijkt het onderzoek en maakt een verslag voor uw behandelend arts, die de uitslag met u bespreekt. Het verslag en de beelden van het onderzoek komen in uw elektronische patiëntendossier (EPD). Het verslag van de radioloog is binnen 2-3 werkdagen beschikbaar.

Heeft u nog vragen?


Vragen kunt u altijd stellen aan uw behandelend arts of aan de laborant die het onderzoek uitvoert.

Contact


Polikliniek radiologie (maandag-vrijdag van 8.00 - 16.30 uur):
(010) 704 20 06, keuze 1

Planbureau radiologie (maandag-vrijdag van 8.00 - 16.30 uur):
(010) 704 02 65, keuze 1

Erasmus MC (bij complicaties buiten kantoortijden, u vraagt naar de dienstdoende radioloog):
(010) 704 0 704




Foldernummer: 0000327-11_19


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien