Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Keel-, neus- en oorheelkunde


Cochleaire implantatie

Cochleaire implantatie


Het cochleair implantatieteam Rotterdam is een samenwerkingsverband tussen het specialisme keel-, neus- en oorheelkunde van het Erasmus MC en de Koninklijke Auris Groep. Om u zo goed mogelijk te informeren over de werking van een cochleair implantaat (CI), leggen we uit hoe een normaal gehoororgaan werkt, bij welke gehoorstoornissen een CI geschikt kan zijn en hoe de operatie verloopt.

Het cochleair implantatieteam Rotterdam


Het advies om een CI te plaatsen, de operatie, en de begeleiding bij het (opnieuw) leren horen met een CI is teamwerk. U krijgt met een aantal specialisten te maken: de kno-arts, de audioloog, de logopedist, de maatschappelijk werker en de psycholoog. Het cochleair implantatieteam Rotterdam, of kortweg CI-team, bepaalt aan de hand van verschillende onderzoeken en gesprekken of u in aanmerking komt voor een CI. Dit hangt onder meer af van de mate en aard van uw slechthorendheid, de plaats van de afwijking in het gehoororgaan en een aantal medische en psychologische factoren.

De werking van het gehoororgaan



Anatomie van de gehoorgang

De oorschelp (1) vormt samen met de gehoorgang (2) het buitenoor. Geluidsgolven gaan via de gehoorgang naar het trommelvlies. Het middenoor bestaat uit het trommelvlies (3) en de middenoorbeentjes (4) die we hamer, aambeeld en stijgbeugel noemen. Een gezond middenoor is gevuld met lucht en staat in verbinding met de neus- en keelholte via de buis van Eustachius (5.) Als het trommelvlies beweegt (door geluidstrillingen), worden deze trillingen via de gehoorbeentjes doorgegeven aan het binnenoor.

Het binnenoor bestaat uit het slakkenhuis (cochlea) (6) en het evenwichtsorgaan (7). Het slakkenhuis is een opgerolde buis met ongeveer 3 windingen. Het is onderverdeeld in 3 ruimten, elk gevuld met vloeistof. Geluid wordt opgesplitst naar toonhoogte, waarbij de hoge tonen bewegingen geven aan het begin van het slakkenhuis en lage tonen aan het einde. Het slakkenhuis is verbonden met de gehoorzenuw (8). De zenuw geeft het signaal door aan de hersenen. Vervolgens worden we ons bewust van geluid doordat de hersenen begrijpen wat deze stroompjes in de zenuwbanen betekenen en horen we een geluid.

Problemen in het middenoor


Bij afwijkingen in het middenoor wordt het geluid minder goed naar het binnenoor overgebracht. We noemen dat geleidingsverlies. Bij een geleidingsverlies kan met versterking (bijvoorbeeld door een hoortoestel) een voldoende hard signaal aan het slakkenhuis worden doorgegeven. Soms is behandeling door een kno-arts nodig. Een CI is voor dit soort gehoorverliezen niet geschikt.

Problemen in het slakkenhuis


Bij afwijkingen in het slakkenhuis zijn er meestal haarcellen kapot waardoor de trillingen niet meer worden omgezet in stroomstootjes. Dit soort gehoorverlies wordt een cochleair gehoorverlies genoemd. Als de haarcellen (vrijwel) allemaal niet functioneren, is er sprake van ernstige slechthorendheid of zelfs doofheid. Een CI kan in dit geval een goede keuze zijn.

Problemen in de gehoorzenuw


Afwijkingen aan de gehoorzenuw komen veel minder voor dan afwijkingen in het slakkenhuis. Bij een afwijking aan de gehoorzenuw worden de stroomstootjes wel gemaakt maar de gehoorzenuw geeft ze niet meer goed door. Een CI helpt dan meestal niet om beter te horen.

Wat is een cochleair implantaat (CI)?


Een CI bestaat uit een inwendig en een uitwendig deel (zie de afbeeldingen hieronder).

Het inwendige deel

Het inwendige deel bestaat uit 2 onderdelen (zie de afbeelding hieronder).
inwendige deel CI
Het cochleair implantaat

Het uitwendige deel
Het uitwendige deel bestaat uit 3 onderdelen in (zie de afbeelding hieronder).
uitwendig deel CI
Het uitwendige deel van een CI


Hoe werkt een CI?


Een CI zet geluid om in kleine stroomstootjes en brengt deze direct over op de gehoorzenuw. Via de zenuw komt de informatie in de hersenen en hoort u het geluid. De bewerkingen in de processor van het uitwendige deel van een CI vervangen de bewerkingen van het geluid in het slakkenhuis. Hierdoor heffen we het gebrek aan functie in de haarcellen (zenuwcellen) op. De geluidskwaliteit van een CI is altijd minder dan van een normaal horend oor. Dat komt omdat enkele elektrodes niet hetzelfde kunnen bereiken als duizenden haarcellen, zoals in een goed horend oor.

Elektro-akoestische stimulatie (EAS)


Door het plaatsen van een CI gaat de oorspronkelijke functie van het slakkenhuis verloren. Meestal is dat geen probleem, omdat het slakkenhuis toch al niet of nauwelijks meer functioneert. Soms werkt een deel ervan echter nog goed: de hele lage frequenties zijn nog wel min of meer hoorbaar maar de hogere tonen niet. Bij deze vorm van slechthorendheid is soms een ander soort cochleair implantaat mogelijk, met een speciale elektrode. Door zeer voorzichtig te implanteren, kan soms het gehoor in de lage tonen gespaard blijven. De hogere tonen worden elektrisch opgewekt terwijl u de lagere tonen hoort door een luidspreker in de gehoorgang, zoals bij een gewoon hoortoestel. Het uitwendige deel van een CI (de processor) bestaat dan eigenlijk uit een combinatie van een CI en een normaal hoortoestel. Deze manier van horen noemen we elektro-akoestische stimulatie (EAS). Als u hiervoor in aanmerking komt, bespreken de kno-arts en de audioloog dit met u.

Wie komt in aanmerking voor een cochleair implantaat?


Om te kunnen besluiten of u in aanmerking komt voor een CI, maken we gebruik van een uitvoerige selectieprocedure. De regels voor het plaatsen van een CI zijn de afgelopen jaren veranderd omdat de resultaten met een CI verbeteren. Natuurlijk bekijken we de regels per individuele patiënt, maar er gelden ook algemene criteria:
Voor wie doof of slechthorend is, gaat na het implanteren van een CI een wereld open. Hierdoor verandert er van alles om u heen. Het is verstandig om de mogelijke consequenties hiervan met uw partner en familie te bespreken. U bent bijvoorbeeld minder (of helemaal niet meer) afhankelijk en rolpatronen veranderen.

Selectieprocedure


Tijdens de selectieprocedure hebben we een aantal gesprekken met u en voeren we een verschillende testen uit. Met de volgende testen onderzoeken we uw gehoor. Welke testen we uitvoeren, is per patiënt verschillend.

Audiometrische onderzoeken


Toonaudiometrie
Met dit onderzoek stellen we vast wat het zachtste geluid is dat u nog kunt horen bij verschillende toonhoogten.

Spraakaudiometrie
Hierbij bepalen we de kwaliteit van het(rest) gehoor voor 1 van de belangrijkste taken van ons gehoor: het verstaan van spraak. Als u hoortoestellen draagt, meten we ook wat u nog kunt verstaan met de toestellen.

Brainstemonderzoek (hersenstamaudiometrie)
Door middel van 4 plakkers op uw hoofd meten we of het geluid dat in uw binnenoor aankomt, wordt omgezet in zenuwactiviteit en of deze signalen goed aankomen in uw hersenen.

Oto-akoestische emissies
Hiermee stellen we vast of uw binnenoor nog functioneert.

Tympanometrie
Met deze meting van de middenoorfunctie stellen we vast of er afwijkingen in het middenoor zijn die vooraf verholpen moeten worden.

Intakegesprek


Vooraf ontvangt u per post een vragenlijst. Het is de bedoeling dat u de vragenlijst thuis invult en meebrengt naar het intakegesprek met de audioloog en de kno-arts. Dit intakegesprek gaat over:

Na het gesprek worden de eventuele vervolgafspraken ingepland. Voor elke volgende afspraak ontvangt u per post een oproep.

Overige onderzoeken


Radiologisch onderzoek
Om na te gaan of het slakkenhuis en het rotsbeen normaal zijn aangelegd, maken we een scan van uw hoofd. Meestal is dit een CT-scan, maar soms is een MRI-scan nodig. Aparte informatie over dit onderzoek, sturen we mee met de oproep.

Evenwichtsonderzoek
Afhankelijk van de oorzaak van uw slechthorendheid en uw klachten, kan een evenwichtsonderzoek nodig zijn. Gebruikt u medicijnen? Voor een goed resultaat van het evenwichtsonderzoek kan het zijn dat u hiermee tijdelijk moet stoppen. Dit bespreekt de kno-arts met u.

Proef met een (ander) hoortoestel

Als u hoortoestellen draagt, beoordeelt de audioloog of de huidige hoortoestellen optimaal zijn ingesteld. Eventueel worden ze bijgesteld, of u krijgt een nieuw (harder) toestel voorgeschreven. Als blijkt dat de huidige hoortoestellen weinig meerwaarde meer hebben, of als we verwachten dat een CI betere resultaten geeft, dan vervolgen we de procedure. Als blijkt dat het horen en verstaan met een hoortoestel of een ander soort hulpmiddel beter is dan we met een CI kunnen verwachten, eindigt hier het CI-traject.

Logopedisch onderzoek
De logopedist gaat na wat het verloop is van uw gehoorverlies en hoe op dit moment de communicatie verloopt. Ook test de logopedist hoe u op dit moment met uw gehoorverlies (eventueel met hoortoestellen) functioneert. De logopedist bespreekt met u het verloop van de revalidatie en wat u daarin kunt verwachten.

Overige gesprekken


Gesprek met maatschappelijk werker
Het is belangrijk dat bij dit gesprek ook uw (oefen)partner aanwezig is. De maatschappelijk werker bespreekt uw sociale omstandigheden, hoe u omgaat met uw slechthorendheid en de mogelijke invloed van een CI op uw leefsituatie (werk, gezin, hobby, sociaal leven). Samen met de maatschappelijk werker bekijkt u in hoeverre u in staat bent om de operatie en de revalidatieperiode goed te doorlopen. In het gesprek is zowel aandacht voor de praktische veranderingen na de implantatie als voor de tijdsinvestering en de inspanningen die de implantatie meebrengt voor u en uw omgeving.

Gesprek met de psycholoog
Het kan zijn dat het CI-team een kort psychologisch onderzoek nodig vindt. Dit onderzoek bestaat uit een gesprek, eventueel het invullen van een vragenlijst en het doen van enkele testjes. De psycholoog bekijkt hoe u emotioneel en sociaal functioneert, uw communicatieve vaardigheden, doorzettingsvermogen en het kunnen omgaan met tegenslagen. Al deze aspecten zijn van belang bij het omgaan met de operatie, de revalidatie en de consequenties daarvan.

Teambespreking


Na afloop van alle onderzoeken en gesprekken bespreekt het CI-team de resultaten. Na zorgvuldige afweging besluit het team daarna om wel of geen CI te plaatsen. Ook stelt het team eventuele aandachtspunten vast voor het eindgesprek, de operatie en/of het revalidatietraject.

Eindgesprek


Tijdens dit gesprek hoort u of u in aanmerking komt voor een implantatie. Ook nemen de kno-arts en de audioloog de uitkomst en de aanbevelingen van de teambespreking met u door.

Als blijkt dat u niet in aanmerking komt voor implantatie zoeken wij samen met u naar andere mogelijke oplossingen.

Als u voor implantatie in aanmerking komt, krijgt u informatie over:
De verpleegkundige maakt op de polikliniek afspraken met onder meer een anesthesist. De anesthesist beoordeelt uw algehele gezondheid en bespreekt met u of er bepaalde voorzorgsmaatregelen nodig zijn voor de operatie.

De operatie


Voor het implanteren van het cochleair implantaat wordt u op de dag van de operatie opgenomen in het Erasmus MC. Als alles goed gaat, kunt u de volgende dag weer naar huis. De implantatie vindt plaats onder narcose en duurt ongeveer 3 uur.

Voorbereiding


Op de dag van de operatie verwachten wij u op de afgesproken tijd op de polikliniek.

Nuchter zijn
U moet nuchter zijn voor de operatie. Dat betekent dat u vanaf 24.00 uur de avond voor de operatie niet meer mag eten of drinken. U mag wel uw medicijnen nemen met een slokje water.

Over de operatie


Wat we gaan doen


De procedure:

Na de operatie


Na de operatie moet u rekening houden met het volgende:
In de ongeveer 4 weken die het herstel duurt, draagt u het uitwendige deel van de CI nog niet. Dat betekent dat het implantaat nog geen geluid heeft. Als u nog een hoortoestel heeft voor het andere oor dan kunt u dit gewoon gebruiken.

Bijwerkingen en complicaties


Het implanteren van een cochleair implantaat brengt een kleine kans op risico’s met zich mee:

Beschadiging van de aangezichtszenuw
Deze zenuw bestuurt het ooglid, de mond en het voorhoofd. De kans op beschadiging wordt geschat op minder dan 1%.

Beschadiging van de smaakzenuw
Dit kan een zoute smaak of een metaalsmaak op de zijkant van de tong veroorzaken. Deze kans wordt geschat op ongeveer 4%.

Verstoring van het evenwicht
Dit is meestal een tijdelijke klacht, hoewel het bij sommige patiënten wat langer kan aanhouden. Deze kans is moeilijk in te schatten.

Hersenvliesontsteking
De indruk bestaat dat mensen met een CI een iets verhoogde kans hebben op hersenvliesontsteking (meningitis). Daarom adviseren wij u om u hiervoor te laten inenten voordat de implantatie plaatsvindt.

Wondinfectie
In zeldzame gevallen treedt een ontsteking van het wondgebied op. Daarom krijgt elke patiënt voorafgaand aan de operatie eenmalig antibiotica.

Technische problemen
Cochleaire implantaten worden gefabriceerd onder zeer strikte omstandigheden en voldoen aan allerlei kwaliteitseisen. Desondanks is er in de loop van de tijd een kleine kans op een technisch mankement aan het implantaat.

Hoorrevalidatie


Het verloop van de hoorrevalidatie is per persoon verschillend. U komt bij de audioloog voor de eerste afregeling en het aansluiten van de processor. U kunt nu nog niets verstaan met uw CI. Vervolgens controleert de logopedist wat u al hoort met uw CI. U merkt dat geluiden heel anders klinken dan u gewend bent.

Oefeningen
U krijgt oefeningen mee om geluiden, klanken, woorden en zinnen van elkaar te leren onderscheiden en te interpreteren. Deze oefeningen doet u thuis met uw oefenpartner. Onze ervaring is dat u in de eerste 3 maanden na de eerste afregeling de grootste vooruitgang boekt, maar ook daarna boekt u nog vooruitgang.

Extra afspraken
Aan het einde van de revalidatieperiode kijken we of er nog extra afspraken bij de audioloog en/of de logopedist nodig zijn.

Nazorg


Na de revalidatieperiode krijgt u 1 x per jaar een oproep voor nazorg. De eerste afspraak hiervoor is ongeveer 1 jaar na de eerste afregeling. Tijdens deze afspraak test de logopedist hoe goed u kunt verstaan met uw CI. De audioloog controleert de instellingen en het technisch functioneren van de CI na. Als dat nodig is, past hij een en ander aan.

Het resultaat


We weten uit ervaring dat de resultaten op het gebied van het verstaan van spraak met een CI bij elke patiënt anders zijn.

Veelgestelde vragen


We hebben enkele belangrijke veelgestelde vragen voor u op een rij gezet. Uitgebreidere informatie vindt u bij: 'Richtlijnen voor het gebruik van een CI'.

Kan ik mijn CI uitzetten?
Als u de spoel verwijdert, of de processor uitzet, functioneert het CI niet meer. U hoort dan niets meer met dat oor.

Kan ik met een CI douchen of zwemmen?

Nadat de huid na de operatie is genezen, zit het inwendige deel volledig vast in het lichaam. Als u gaat douchen of zwemmen, moet u de processor verwijderen. Uiteraard hoort u dan niets aan die kant. Voor sommige processoren zijn accessoires beschikbaar die ook de buitenkant waterdicht maken, zodat u ermee kunt zwemmen of douchen.

Kan ik met een CI sporten?
Sporten met een implantaat is zeker mogelijk. Het inwendige deel beperkt het sporten niet. Wel moet u besluiten of u de processor wel of niet wilt dragen. Als u besluit hem te dragen, moet u ervoor zorgen dat hij goed op uw hoofd blijft zitten.

Kan ik verstaan wat andere mensen zeggen zonder ze aan te kijken?

In het begin niet. U weet dat iemand tegen u praat, maar u weet niet precies wat de ander zegt, tenzij u kunt liplezen. Als u vóór de slechthorendheid goed hoorde, is redelijkerwijs de verwachting dat u spraak kunt verstaan zonder iemand aan te kijken. Dit kan alleen in een rustige omgeving.

Er zijn zelfs CI-gebruikers die met het implantaat kunnen telefoneren, maar wij kunnen dit niet garanderen. Anderen blijven aangewezen op liplezen. Over het algemeen kunnen mensen gesprekken in een rustige omgeving goed volgen.

Kan muziek aangenaam zijn voor CI-gebruikers?
Muziek klinkt anders dan dat de meeste mensen zich kunnen herinneren. Ze horen het ritme en dit helpt hen om muziek van spraak te onderscheiden. Sommige CI-gebruikers vinden het prettig om weer naar muziek te luisteren, anderen beleven er geen plezier aan.

Beïnvloedt een CI het oorsuizen?

Veel gebruikers van een CI zeggen dat ze minder last hebben van oorsuizen wanneer ze de processor dragen. Meestal is dit alleen het geval aan de kant van het implantaat. Soms het oorsuizen nog enkele uren minder nadat het CI is uitgeschakeld. Niet alle CI-gebruikers ervaren minder oorsuizen.

Vragen


Vragen kunt u altijd stellen aan uw behandelend kno-arts of de audioloog. U kunt ook contact opnemen met het CI-team Rotterdam. Op de website van het CI-team vindt u veel informatie over onderwerpen rond het implanteren van een CI.

Contact


De coördinatoren van het CI-team Rotterdam zijn mw. K.M. Heijkoop en mw. L. Benthem en telefonisch bereikbaar op: (010) 703 18 12. Of stuur een mail: ci@erasmusmc.nl.

www.erasmusmc.nl/nl-nl/patientenzorg/centra/ci-team


Foldernummer: 5985782-07_15


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien