Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Orthopedie en sportgeneeskunde


Beenlengteverschil

Beenlengteverschil


Bij een beenlengteverschil zijn je benen niet even lang. Hieronder kun je meer lezen over de gevolgen van een beenlengteverschil en over de behandeling.


Wat is een beenlengteverschil?


Een beenlengteverschil is een verschil in lengte tussen je beide benen. Dit kan zowel in je bovenbeen, je onderbeen of in beiden zitten.

Als je beide onderbenen even lang zijn, maar een dijbeen korter is dan de andere:

Als je ene onderbeen korter is, dan je andere onderbeen:

Plaatje van twee skeletten, waarvan 1 een scheef bekken heeftFoto van 2 benen met verschillende lengte


Hoe vaak komt het voor?


Een beenlengteverschil komt veel voor. Maar bij veel mensen geeft dit geen klachten of valt dit niet op. Enkele cijfers:


Symptomen en gevolgen


De meeste mensen merken niet dat ze een beenlengteverschil hebben. Een klein beenlengteverschil - minder dan 1,5 cm - valt vaak niet op. Onbewust compenseert je lichaam hiervoor, bijvoorbeeld door je bekken scheef te houden. Wel zie je ook hierbij dat de rug een beetje scheef gaat staan. Als het verschil groter dan 1,5 tot 2 cm wordt, dan kun je hier steeds moeilijker zelf voor compenseren.

De meest voorkomende klachten of symptomen van een beenlengteverschil zijn:

Oorzaak


Er zijn heel veel verschillende oorzaken voor een beenlengteverschil. Deze oorzaken kunnen we verdelen in 3 groepen:

  1. Aangeboren
  2. Ontstaan tijdens de groei
  3. Als gevolg van een ongeluk of botbreuk
Aangeboren beenlengteverschil
De meest voorkomende oorzaak van een beenlengteverschil bij baby’s is een aangeboren heupluxatie (heup uit de kom). Er is geen sprake van een lengteverschil van de botten, maar dit is een uiting van heupdysplasie. Heupdysplasie is een afwijking van de heup, waarbij de heupkom niet goed ontwikkeld is. Zie voor meer informatie ook de website www.heupafwijkingen.nl.

Sommige kinderen worden geboren met een beenlengteverschil. Dit verschil kan tijdens de groei gelijk blijven. We noemen dat een statisch beenlengteverschil. Het is ook mogelijk dat het verschil tijdens de groei groter wordt. We noemen dat een dynamisch beenlengteverschil.

Er zijn kinderen die geboren worden met een minder of niet aangelegd beentje, een zogenaamd “reductiedefect”. De anatomie bij deze kinderen is anders en niet goed ontwikkeld. Kinderen met een reductiedefect komen al op jonge leeftijd onder behandeling bij een kinderorthopedisch chirurg.

Ontstaan tijdens de groei
De meeste kinderen worden geboren met benen die even lang zijn. Maar door problemen tijdens de groeifase kunnen er verschillen ontstaan in beenlengte. Bijvoorbeeld door schade aan de groeischrijven of door ontstekingen en ziekten:

Als gevolg van een ongeluk of botbreuk
Een gebroken bot kan genezen in een verkorte stand. Met als gevolg een beenlengteverschil. Ook kan een breuk door de groeischijf heenlopen.. Dit levert weer een mogelijk beenlengteverschil op termijn op.


Over de behandeling


Allereerst zal de dokter je onderzoeken en kijken hoe groot het beenlengteverschil is. Zo mogelijk zoekt de dokter naar een oorzaak voor het beenlengteverschil. Daarna bespreekt hij of zij de behandelmogelijkheden met je. Deze leggen we ook hieronder uit.


Niet-chirurgische, of ‘conservatieve’ behandeling


Dit zijn de behandelingen, waarvoor er geen operatie nodig is. We kunnen ervoor kiezen om niets te doen. Als het verschil in beenlengte maar klein is, is een behandeling niet nodig. We kunnen ook kiezen voor een hakverhoging. Met een verhoging in een steunzool, of met een verhoging onder de schoen, kunnen we het beenlengteverschil opvangen of corrigeren.


Chirurgische behandeling


Dit zijn de behandelingen, waarvoor er wel een operatie nodig is. Met een operatie proberen we het beenlengteverschil te corrigeren. Het doel van de meeste operaties is om het verschil terug te brengen naar een normale marge van maximaal 0,5 tot 1 cm. Hierbij zijn er in principe geen restklachten.

Er zijn verschillende soorten operaties:

Groeistop of een zogenaamde “epifysiodese”
Bij deze operatie worden er 1 of meerdere groeischijven stilgezet of gestopt. Dit gebeurt meestal door een zogenaamde “percutane epifysiodese”. Hierbij zal de dokter met een boortje de groeischijven uitruimen, zodat deze niet meer verder groeien. Belangrijk hierbij is de timing van de operatie. We kiezen het moment dat het lange been gestopt wordt in de groei, zodat het korte been deze groei nog kan inhalen. Dit werkt dus alleen als er nog voldoende groei is.

Risico’s van deze operatie:


Been verkorten
We kunnen het langere been ook korter maken door er een stukje bot tussenuit te halen. We maken dan een breuk tijdens de operatie. Deze breuk zetten we vast met een plaat en schroeven, of met een pen in het bot.

Deze operatie is geschikt voor uitgegroeide patiënten, met slechts een klein verschil in beenlengte. Als je te veel bot verwijdert, word je kleiner én kunnen je spieren hun werk niet meer goed doen.

Risico’s van deze operatie:


Beenverlenging of nieuw bot laten groeien

Bot is eigenlijk levend weefsel. Het groeit ook na een gebroken been weer aan elkaar. Als je nu opzettelijk een breuk van het bot maakt en er heel langzaam aan trekt, blijft het bot groeien zonder dat het aan elkaar vastgroeit. Dit heet ‘distractie-osteogenese’.
Dit kan op verschillende manieren: met een frame of met interne fixatie.

Met een frame, of ‘fixateur externe’
Met een frame dat rondom je been en vast aan het bot zit, kun je gecontroleerd heel langzaam aan het bot trekken. Dagelijks moet je dan meerdere malen zelf het frame iets uit elkaar draaien.

Het grote voordeel van dit systeem is dat je het bot in allerlei richtingen kunt laten groeien. Als je been dus scheef staat, kunnen we dit ook corrigeren. Een groot nadeel is alleen dat het frame, of de ‘fixateur externe’, enkele maanden tot soms wel een jaar op en aan je been en bot vast zit met pennetjes. In het begin is het moeilijk om hiermee om te gaan. Ook kunnen de gaatjes rondom de pinnen makkelijk ontsteken.

Risico’s van deze operatie:


Met interne fixatie
Bij deze methode verlengen we het been met een pin ín het bot. Met een magnetisch systeem kan de pen heel langzaam langer gemaakt worden en zo het bot verlengen. Door dagelijks de pen meerdere keren te activeren, wordt het bot ongeveer 1 millimeter langer per dag. Na ongeveer een jaar verwijderen we de pen weer.

Het grote voordeel van dit systeem is dat de patiënt geen last meer heeft van een frame, minder kans op ontstekingen heeft en ook weer eerder kan belasten.

Risico’s van deze operatie:


Overwegingen voor de verschillende behandelmethoden


Hieronder vertellen we per behandelmethode waar je rekening mee moet houden. Zo kun je de behandelingen goed vergelijken.

Hakverhoging

Groeistop

Beenverkorting

Frame, of fixateur externe

Interne fixatie

Heeft u nog vragen?


Bij vragen kunt u contact opnemen via het secretariaat kinderorthopedie via kinderorthopedie@erasmusmc.nl of 010-7036657


Foldernummer: 0000691-07_20


Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien