Logo Erasmus MC.
Topbalk beeld rechts.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Oogheelkunde


Allogene oogdruppels

Allogene oogdruppels


Uw oogarts heeft u allogene serumoogdruppels voorgeschreven. Wij leggen u gaag uit hoe u de druppels moet gebruiken.

Over allogene serumoogdruppels


Wat is het doel?

U krijgt serumoogdruppels omdat u last heeft van ernstige droge ogen en/of aanhoudende schade aan het hoornvlies en de gebruikelijke behandeling bij u niet werkt. In het serum zitten onder andere groeifactoren, vitamines en eiwitten die ook aanwezig zijn in de gezonde traanfilm (het traanlaagje op uw oog met traanvocht). Deze stoffen zijn noodzakelijk voor het in stand houden van het hoornvlies. Met de oogdruppels behandelen we schade aan het hoornvlies.

Wat zit er in het serum?


De samenstelling van serumoogdruppels is menselijk serum verdund met een gelijk deel steriele fysiologische zoutoplossing (NaCl 0,9%). Serum is de vloeistof die overblijft als bloed stolt. Het serum is een heldere, lichtgele vloeistof.

Verpakking en transport


De serumoogdruppels zijn bevroren en zitten in Meise applicators die u meerdere keren kunt gebruiken. De applicator is een druppelflacon van flexibel kunststof met ongeveer 2 ml serum. Ze zijn per 30 stuks verpakt.

Vriestas

Gebruik


Wisselwerking met geneesmiddelen

Gebuikt u nog andere oogdruppels en/of geneesmiddelen? Bespreek dit met uw arts.
Er is geen onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen geneesmiddelen en serumoogdruppels. Gebruikt u nog andere oogdruppels Wacht dan na het gebruik van deze druppels minstens 30 minuten met de serumoogdruppels. Gebruik de serumoogdruppels altijd als laatste. Hiermee voorkomen we een eventuele onbekende wisselwerking zo veel mogelijk. Daarnaast zorgt het ervoor dat u de serumoogdruppels niet uit uw ogen spoelt met de andere oogdruppels.

Hoe vaak?


Hoe vaak u de serumoogdruppels moet gebruiken, hangt af van de ernst van uw oogklachten en de onderliggende aandoening. Uw behandelend oogarts vertelt u hoe vaak en hoe lang u de druppels moet gebruiken. Draagt u contactlenzen? Overleg dan vooraf met de arts wanneer u uw contactlenzen weer mag indoen na het druppelen van uw ogen.

Voorbereiding


Haal een dag van tevoren 1 dagvoorraad (1 applicator) uit de vriezer en leg deze in de koelkast (2 - 8°C).

Stap voor stap

Houdbaarheid

Regels voor het gebruik en ontdooien/bewaren


  • Ontdooi de applicator niet in water of onder de kraan of in de magnetron.
  • Vries ontdooide oogdruppels niet opnieuw in.
  • Gebruik de serumoogdruppels niet als de applicator beschadigd is.
  • Gebruik de druppels niet als de vloeistof in de applicator troebel is.

Bijwerkingen


  • Contra-indicatie: overgevoeligheid voor het serum.
  • Irritatie van het oog en tijdelijk wazig zien.
  • In zeldzame gevallen: eiwitaanslag op het oogoppervlak.
  • Over het gebruik tijdens zwangerschap en het geven van borstvoeding zijn onvoldoende gegevens bekend.
  • De serumoogdruppels worden gemaakt uit serum van bloeddonors. Het is daarmee een bloedproduct, waardoor bepaalde bijwerkingen zoals we die zien na een transfusie van bloedproducten, ook kunnen ontstaan bij het gebruik van de serumoogdruppels. Zoals allergische reacties en koorts. Omdat het bij deze serumoogdruppels om een zeer kleine hoeveelheid gaat, gaan we ervan uit dat de kans daarop uitermate klein is.
  • De leverancier van de serumoogdruppels test het product op bloedoverdraagbare aandoeningen. Maar bij het gebruik van medische producten op basis van menselijk bloed kan een mogelijke overdracht van ziekteverwekkers nooit helemaal uitgesloten worden (zie hiervoor ook onder ‘Beperking van het risico op bloedoverdraagbare aandoeningen’).

Wanneer contact opnemen?


  • Als u last heeft van oogirritatie (lokale overgevoeligheidsreactie).
  • Bij eiwitaanslag op uw oog (hierbij kan het nodig zijn om in overleg met de arts tijdelijk te stoppen met het druppelen van uw ogen).
  • Als de klachten toenemen.

Beperking van het risico op bloedoverdraagbare aandoeningen

  • Donor: het serum wordt bereid uit menselijk bloed van vrijwillige en onbetaalde donors. Dit gebeurt met volbloedafname (volbloed is donorbloed waaraan antistollingsmiddel is toegevoegd). Het bloed wordt opgevangen in een afnamezak zonder antistollingsmiddel. De serumoogdruppels zijn bereid uit een pool vers bevroren serum dat steriel gefiltreerd is om eventuele bacteriële besmetting te verwijderen.
  • Bloedoverdraagbare aandoeningen: de donor wordt getest op de aanwezigheid van antistoffen tegen:
    • Hepatitis B virus (HBV)
    • Hepatitis C virus (HCV)
    • Humaan immunodeficiëntie virus type 1 en 2 (HIV 1 en 2)
    • Syphilis (Treponema pallidum)
    • Humaan T-cel leukemie virus type 1 en 2 (HTLV-1 en HTLV-2) (enkel getest bij eerste donatie van een donor)
    • Ook worden de serumdonaties getest op aanwezigheid van viraal DNA of RNA van:
      • Hepatitis B virus (HBV)
      • Hepatitis C virus (HCV)
      • Hepatitis E virus (HEV)
      • Humaan immunodeficiëntie virus type 1 en 2 (HIV 1 en 2)
      • Humaan herpes simplex virus type 1 en 2 (HSV 1 en 2)
      • Cytomegalovirus (CMV)
      • Varicella zoster virus (VZV)
  • Alleen serumdonaties zonder aanwijzingen voor bovenstaande infectieziekten worden gebruikt voor de serumoogdruppels.
  • Serumdonaties worden minstens 4 maanden in quarantaine geplaatst. Ze worden pas vrijgegeven als de donors na die periode opnieuw negatief testen voor HBV, HCV, HEV en HIV. Dit verkleint de kans op een besmetting door een donatie in een periode (zogenaamde windowperiode) waarin een infectie nog niet te zien is.
  • Serumoogdruppels zijn 'B19-getest'. Dit betekent dat er alleen serum wordt gebruikt van donoren waarvan het bloed 2 keer (met minimaal 6 maanden tussen de bloedafnames) is getest op beschermende IgG-antistoffen tegen Parvovirus B19. De aanwezigheid van deze antistoffen is gunstig. Als ze bij beide testen aanwezig zijn, dan betekent dit dat het bloed vrijwel zeker vrij is van actief Parvovirus B19. En daarmee het risico om dit virus over te dragen minimaal is tot uitgesloten.
  • Bij elk bloedproduct is het mogelijk om (zeldzame) infecties of virusvarianten over te dragen waar niet op is getest.
  • Bacteriële besmetting is minimaal tot uitgesloten. Dit komt omdat na de steriele filtratie, het proces van het bewerken tot het verpakken in een gesloten systeem plaatsvindt.
  • Personen die risico hebben gelopen op een prionziekte of deze hebben gehad, mogen geen serum doneren. Toch kan de aanwezigheid van prionen in gedoneerd serum niet helemaal worden uitgesloten en bestaat er een onbekend risico op overdracht.

Bronvermelding: de inhoud van deze folder is samengesteld op basis van de bijsluitertekst van Sanquin PR00.009.BS.BB | Versie 1.0 | 11 januari 2019


Foldernummer: 0000658-04_20




Gerelateerde informatie:

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien